Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE AFDEELING.

De geestelijke en kerkelijke goederen onder het Canonieke reclit.

HOOFDSTUK I.

Ontstaan van een beneficium ecclesiasticum. § i. Stichting van een officium.

Het is de leer der beneficia, die als de cardo quaestionis te beschouwen is in zake van de rechtspositie der geestelijke goederen vóór de Reformatie; de kern is zij, doch niet de materie in haar vollen omvang; er waren nl. verschillende soorten van geestelijke goederen, die geene beneficiale goederen waren, en verschillende soorten van goederen, die hoewel geene geestelijke goederen, toch in hun bestemming aan de religie verbonden waren.

Hoe ontstond een beneficium, en wat was het?

Laat ik beginnen met de mededeeling van enkele acten, waarbij een beneficium in het leven werd geroepen.

Den i8den November 1524 *) werd door Gerit Jacobssen, eenigen erfgenaam van de beide broeders Dij rek Baers en Jan van Lent en van hunne zuster Jkvr. Willem Baers, daar hij zooveel in zijn vermogen was wilde onderhouden „tgheen die selve totten Godtsdijnst geordineert" hadden, „gesticht, gefundeert ende opgerecht" „een outaer ende vicarie" in de kerspelkerk van St. Johan te Wijk bij Duurstede „in der eeren des

1) Deze acte is een copie van den fundatiebrief van de vicarie van het St. Maria Magdalena en St. Barbara altaar in de St. Johannes Babtista kerk te Wijk aanwezig in het Archief van Wijk bij Duurstede, inven'aris no. 522.

Sluiten