Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al zeer vluchtig gelezen! Zijn tegenstelling: bona Ecclesiae — bona \ icariae, steunt enkel en alleen op een woord, dat nergens staat! Noch in het door Mr. V. zeiven aangevoerde voorbeeld, noch in de door mij gegeven vicariestichtingen, noch in eenige andere dergelijke acten die ik onder de oogen kreeg, wordt melding gemaakt van bona Ecclesiae; waarom door den stichter eener vicarie gevraagd werd en wat door den Bisschop werd verleend, was het goedkeuren der stichting en het amortiseeren of geestelijk maken der geschonken goederen of, gelijk het in het Latijn heette, het stempelen der goederen tot bona ecclesiastica, waardoor zij in het genot kwamen der ecclesiastica libertas. De juiste vertaling van ecclesiastica is - derhalve geestelijk, niet kerkelijk J). Er was tweeërlei recht, wereldlijk recht en geestelijk recht; er waren tweeërlei natuurlijke personen, wereldlijken en geestelijken; er waren tweeërlei onlichamelijke personen 2), zonder en met geestelijk karakter; er waren tweeërlei zaken, wereldlijke en geestelijke. Dit bedacht Mr. V. niet, en, als ware het de onschuldigste zaak ter wereld, verving hij bona ecclesiastica door bona Ecclesiae! Nu, zoo hij bona Ecclesiae maar niet had verstaan in den zin van goederen der Kerk, d. w. z. als zaken, waarvan aan de Kerk het eigendomsrecht toekwam, dan ware hem deze verwisseling gegund; men kan gerust bona ecclesiastica vereenzelvigen met bona Ecclesiae, als men zich slechts bewust is, dat men enkel woorden verandert en dat de begrippen dezelfde blijven; evenals men personae ecclesiasticae kerkelijken mag noemen of menschen die tot de Kerk behooren, die van de Kerk zijn, als men

i) De Heer W. van Beuningen vergist zich, als hij, een tegenstelling makende tusschen kerkelijke of kerkegoederen en geestelijke goederen, onder welke laatste hij rangschikt de goederen van kapittelen, kloosters, abdijen, pastorieën, custorieën, de eerste bona ecclesiae of ecclesiastica noemt. Hij schijnt trouwens den grond dezer onderscheiding niet te hebben begrepen.

Cf. zijn Rapport over de vicariegoederen in verband met andere geestelijke goederen in Holland met eenige bijzonderheden hetzelfde onderwerp betreffende in Gelderland en Overijssel, Utrecht Februari 1888, pp. 3, 8, 13, 14, 15.

2) Om nu maar de gebruikelijke onderscheiding in natuurlijke en rechtspersonen te volgen. Ook in het vervolg houd ik mij aan het woord „rechtspersoon", daar dit mij gewenscht voorkomt ter vermijding van misverstand.

Sluiten