Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeente ofif gebuyren aldaer", beweerden zij, ressorteerden onder Buurmalsen en behoorden aldaar „te kereke", zoodat de kerk van Buurmalsen de „parochiekercke" was van Buurmalsen zoowel als van Tricht x), „alwaer zyluyden het doopsel ende andere sacramenten vande kereke mosten halen; ende was de parochiaen off pastoor van Buremalsen oock parochiaen off pastoor van die van Tricht"; „ende gemerct de voorss. kereke van Buremalsen was geïncorporeert de kereke van S.te Pieters tUtrecht", zoo had krachtens deze incorporatie het kapittel de tienden van Buurmalsen en Tricht en het recht er een „cureyt off bediender" te „stellen"; de „collatie ende regieringe" van de kerk van Malsen behoorde aan het kapittel evenals de tienden; door de Heeren van Buren, Allert en Otto was dit uitdrukkelijk erkend 2), voor het geval er een kapel in de „buerschap" Tricht met consent van den Bisschop werd gefundeerd, en dat alsdan aan het kapittel van St. Pieter ten eeuwigen dage de collatie van deze zou toekomen, zonder dat de priester der kapel ooit eenig recht zou hebben op de tienden van Tricht; in hetzelfde jaar werd door den deken van St. Pieter als vicaris-generaal van den Bisschop aan de „ingesetenen" van Tricht vergund een kapel te bouwen onder de bepaling, dat de tienden dezer buurschap aan het kapittel zouden blijven, en dat de

1) De parochie van Malsen, welker kerk bij het kapittel van St. Pieter quoad temporalia was geïncorporeerd, omvatte ook het dorp Tricht, welks geburen met consent van het kapittel van St. Pieter en van den Bisschop (d.d. 2 Nov. 1315) een kapel gesticht en gedoteerd hadden.

Mr. Muller, l.c. bijlage 5 iu de „Oorkonden aangaande de kerken van Buurmalsen en Tricht".

2) Cf. de arbitrale uitspraak d.d. 21 Febr. 1287 tusschen het kapittel van St. Pieter en Otto heer van Buren, waarbij het recht van het kapittel op de kerspeltienden van Malsen werd erkend, althans possessoir; de verklaring van den pastoor van Malsen d.d. 27 Mrt. 1313, waarbij deze erkende, dat de kerk van Malsen het kapittel toekwam; het contract d.d. 2 Apr. 1315, waarbij het kapittel van St. Pieter aan Alard en Otto van Buren, de tienden van Malsen in erfpacht gaf; de acte d.d. 11 Aug. 1315, waarbij Alard en Otto van Buren erkenden, dat, als in Tricht een kapel of kerk gesticht werd, de collatie ervan aan het kapittel zou behooren en de priester ervan geen recht op de kerspeltienden zou hebben. Cf. ook de verklaring van den pastoor van Tricht d.d. 13 Jan. 1412, waarin hij erkende geen recht te hebben op de kerspeltienden.

•Mr. Muller, l.c. bijlagen 1, 2, 3, 4 en 12.

Sluiten