Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel weinige, doet rechtens niet ter zake; rechtens is het alleen de vraag, of een pastoor in zijn dienst kon blijven, en de pastoralia bv. behouden kon, wanneer hij zich reformeerde, m. a. w. of hij bleef wat hij was, zij het dan gereformeerd. Dit nu kan niet worden ontkend x).

Reformatie eener kerk is natuurlijk mogelijk geheel onafhankelijk van den invloed der Overheid; de vraag is maar, of de Overheid het goed recht der reformatie erkent of niet, of zij het niet-reformeeren dan wel het reformeeren als ketterij beschouwt d. i. als onchristelijk. Wraakt zij de reformatie, dan is er een nieuw lichaam ontstaan, dan is er geen continuïteit tusschen verleden en heden, dan hebben de gereformeerden alle recht op de goederen verloren, zoo zij hunne nieuwigheden handhaven; er is dan een nieuw lichaam ontstaan, n.1. als de Overheid de vereeniging tot onchristelijke doeleinden duldt; anders is het oude lichaam blijven bestaan, is er althans niets nieuws in het leven geroepen en zijn er enkel meer of minder individuen uit de gemeenschap uitgegaan.

Het is juist het oorspronkelijke niet e.n het latere wèl partijkiezen ten gunste van de Reformatie door de Overheid, waardoor de zich reformeerende lichamen bleven bestaan en ook vermogensrechtelijk bleven wie zij waren.

Wanneer de Overheid het Canonieke recht en het gezag der hiërarchie gehandhaafd had, ware de Reformatie rechtens niets dan een ketterij geweest en ware de geestelijke Overheid bevoegd geweest tot het nemen van de maatregelen, die vereischt waren om de goederen te bewaren voor de ware, d. i. alsdan de ongereformeerde Christelijke religie; in dat geval ware er geen sprake geweest van zich reformeerende of gereformeerde parochiën, kapittelen, kloosters etc., maar waren er enkel

i) Een kenschetsend voorbeeld dier continuiteit is het door Bor (1. c. XI\. p. 147) meegedeelde feit. Het betreft „eenen Heer Niclaes Symonsz , die eertijds pastoor was geweest te Jaapswoude, en „eenige jaren lange t'Utrecht gevangen geseten" had „op 't Bisschops Ilof door laste van den Bisschop als een Luterse of ketter, en was zedert de Pacificatie van Gent, uitte gevankenisse ontslagen, en van den Ileere van Warmont wederom beroepen in zijn Dorp van Jaepswoude .

Wat vóór de Pacificatie ketterij was, was het sedert niet meer; de collator riep Symonsz weder in de plaats, die hij ledig had gelaten.

17

Sluiten