Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdinge, zalmen tcort vandyen vijnden vuyte andere geestelijcke goederen ende namentlijck vuyte monickegoederen.

Art. 7. Over alle welcke goederen gestelt zall worden eenen rentmeester, die van zijn administratie verantwoorden zall aende Directiecamer hiertoe te ramen.

[I. m.:] Het 5®, 6e ende 7e articule vant voorss. concept is goetgevonden, welverstaende dat derinne nyet gecomprehendeert en sullen weesen die goederen gedestineert tot reparatie ende onderhoudinge vande kercken ende totten potten ende armen. Die cleyne Steden hebben gepersisteert by haer resolutie opt 3e ende 4e articule gegeven, dwelcke oick dienen zullen opde navolgende articulen vant voorss. concept. Daer jegens die Staten verclaert hebben als boven, te weten, dat die Steden die meeste oppiniën volgen moeten. Ende alsoo die vande Stadt verstonden, datmen het Weeshuys soude behooren te geven die goederen vande Reguliers, mits daer vuyt betalende dalimentatie vande monicken, ende dat dandere Leden verclaerden daerop nyet geresolveert te wesen, zoe is daerop beschrijvinge gedecerneert').

Art. 8. Is geresolveert, dal die ministers binnen die Stadt Utrecht jaerlicx hebben zullen 400 £., in de cleyne Steden 300 £. ende ten platten lande 200 JË. 2), ende dit alles boven huys ende hoff; ende zullen daerenboven die ministers ten platten lande die preferentie hebben

1) Te dezer plaatse merk ik alleen op in verband met den competentiestrijd tusschen de Staten en de Steden, dat er in 1588 door de Staten nog geen beslissing was genomen omtrent het Regulierenklooster; eigener autoriteit had de Raad reeds 9 Febr. 1582 de goederen van dit klooster aan het Weeshuis toegewezen, zonder dat dit besluit kennelijk was uitgevoerd; den I5den Apr. 1588 verklaarde de Raad bij deze resolutie te persisteeren, te meer, „soe de Magistrate van Amersfoort, Rhenen ende Wijck die vande Directiecamer niet en willen toelaten eenyghe dispositie over de goederen vande mans- ende vrouwencloosteren binnen hoore Steden sijnde; ende dat die van Utrecht nyet vorder en hebben geconsenteert dan dat, soe veel de cloosterengoederen aengaet, in d'eene Stadt geschieden soude als in d'andere", etc. Den 8sten Mrt. van hetzelfde jaar had de Raad zich ook reeds verzet tegen de beschikking der Directiekamer, d. i. van de Staten, over kloostergoederen binnen de Stadsjurisdictie; deze had n.1. uitgeschreven, te verkoopen de brouwerij der St. Paulusabdij; de Raad besloot naar aanleiding hiervan: „en verstaet niet, dat sulcke vercoopinghe by die vande voorss. Directiecamer can, mach off oock sall gedaen werden, maer interdiceren hen wel expresselick by desen mette voorss. vercoopinge voort te gaen ofte oock eenige andere cloosterengoederen binnen dese Stadt ende Stadtvryheyt te vercoopen". Vroedsch. resol.

2) 28 Juni 1587 gebracht op 240 £. Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 27 Juni punt- 4.

Sluiten