Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Linschoten en Maarsen, en de ordinantie van 10 Aug. 1610; w. i. w. sprak deze niet van de kerkgebouwen maar van de pastoriehuizen, doch dit doet in casu niet ter zake. Een algemeenen regel, waarin het met zoovele woorden voor de kerkgebouwen gezegd werd, heb ik niet gevonden; doch dien heb ik ook niet voor de beschikking over kerkegoed en het beheer ervan aangetroffen.

Een voorbeeld van dergelijke machtiging door de Gedep. Staten is hun gemelde resolutie van 4 Sept. 1635, waarbij den kerkmeesters van Linschoten autorisatie werd verleend om een omslag te heffen „mergen mergentaelsgelijck" ten behoeve van de restauratie van het kerkgebouw *).

Uit het rapport zou men geneigd zijn af te leiden, dat niet altijd een formeele machtiging tot omslag van de Gedeputeerden vereischt was; bij Doorn en Eemnes-binnen werd er bv. van gesproken als van een gebruik.

In de ordinantie der Gedep. Staten van 10 Aug. 1610 omtrent het onderhoud der plattelandspastorieën werd in het algemeen een omslag over de parochianen toegestaan. Bepaald werd, dat de predikanten zelve de loopende onderhoudskosten moesten betalen, terwijl zwaardere uitgaven door de kerkmeesters uit de kerkegoederen moesten worden gedaan, voorzoover deze het konden dragen; de rest mocht bij omslag over de parochie worden gevonden 2).

1) Hier werd enkel van de kerkmeesters, niet van Schout en Gerecht gesproken; of hieruit afgeleid mag worden, dat nu ook van kerkmeesters alleen de heffing uitging? 't Is mogelijk.

2) Een toepassing van deze regeling vindt men in het besluit der Gedep. Staten van 15 Aug. 1637. De predikant van Oostveen requestreerde aan de Staten; de kerkmeesters weigerden de pastorie te herstellen op grond „dat de kercke aldaer geen incommen ter werelt hadde, daer uyt soodanige costen souden mogen werden betaelt"; het Gerecht difficulteerde insgelijks, o. a. omdat „onder die opgesetenen van Oostveen tot noch toe contra versie was geweest, wie van hemluyden onder de parochie souden behooren ofte niet, die alsnoch niet en was gedirimeert"; daarom vroeg hij aan de Staten om subsidie. De Gedeputeerden stonden f. 100 toe en bepaalden, dat de rest bij omslag door het Gerecht over het geheele dorp gevonden moest worden.

Een soortgelijke beslissing weid op denzelfden dag door de Gedep. Staten genomen op een request van den pred.kant van llagestcin; „de gemeynte onder

Sluiten