Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienst uitgeoefend en in de Jacobskerk bovendien de gereformeerde.

De religievrede sloot de Jacobskerk voor de Roomsche religie en stond toe, dat zij van de beelden werd ontdaan. Nu was er dus plaats voor reformatie der broederschappen, die in de Jacobskerk hare altaren hadden; 13 Apr. 1579 werd dan ook door den Raad aan de Burgemeesters opgedragen, om met de kerkmeesters van St. Jacob te spreken, dat zij „tot der kercken behouff an hem nemen" zouden „de goederen vande broederschappen ende oick de goederen staende tot de presentiën vande vicariën der selver kercke", om daaruit te betalen de predikanten en de andere dienaars dier kerk en aan de levende vicarissen hun leven lang een toelage uit te keeren.

De gewijzigde religievrede stelde ook de Buur- en Klaaskerken uitsluitend voor den gereformeerden dienst open. Vandaar het Raadsbesluit van 23 Juni: den commissarissen en den kerkmeesters der Buurkerk werd gelast, om voor hen te doen verschijnen de dekens der gilden en de procurators der broederschappen in hun kerk gevestigd, om „dselve te induceren, dat zy jairlicx enige pensie vuytreycken tot onderhout vande predicanten ende andere kerckendienaers" i).

Een minder ingrijpende reformatie derhalve dan ten opzichte der Jacobskerk was beraamd. Op laatstgenoemde kwam de Raad den isten Juli 1579 terug, door te bepalen, dat een commissie van zijnentwege de dekens der gilden en de procurators der broederschappen in de Jacobskerk gevestigd voor haar zou ontbieden, om „vande selve een jairlicxe subsidium tot onderhout vande predicanten te begeren" *). In dezen gedachtengang legde de Raad den 27sten Juli 1579 aan Erasmus Backer, Duyfhuys' collega in de Jacobsparochie, ƒ. 50 toe op rekening van zijn tractement, „beheltelick datmen dese penningen wederom sal recouvreren vant incommen vande kerek ende vande broederschappen inde selve kerek gelegen" *) 2).

De inventarisatie der goederen was blijkbaar niet met geheel bevredigend resultaat afgeloopen; op 29 Dec. 1579 herhaalde

1) Vroedsch. resol.

2) Cf. de Vroedsch. resol., 21 Aug. 1579.

Sluiten