Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Conform dit voorstel werd 23 Oct. o. a. besloten:

„Dat alle het inneeommen vande rcspective broederschappen binnen ende buyten der Stat inde vryheyt, dat duslange es onnuttelijck verteert ende omgebracht, (twelck daeromme zoo kan geseyt worden, dat het den armen nyet en es te goede gecommen, behalven datter nyet dan onlust in dronckenschap by cleynverstandigen, voorts conventiculcn by quaetgunstigen, ende achterclap jegens hoge ende lege wettige overheden uyt volgen, jae dat gereets al ecnigge broederschappen-goederen geheel omgebracht ende geëxtingueert zijn) voorts aen sal worden geconverteert ende geëmployeert ten fyne voorss., met zulcken verstande nochtans ende expresse verclaringe, dat de arme luyden nyet alleen die voor dezen uyt eenige broederschappen-goederen ordinarisc aelmoessen genooten hebben, macr oock alle andere ordinarisc lasten van renthen ende uytgangen haren coers hebben ende behouden sullen, oock op de ordinarisc dagen gedistribueert ende betaclt worden .

Tot „administrateur off rentmeester" werd de substituut-Schout benoemd, aan wien al wat den broederschappen toekwam moest worden ter hand gesteld !).

De Raad deed derhalve niets anders, dan de goederen van lichamen, die half stichting half corporatie waren, tot een ander doel aanwijzen, omdat de oude bestemming ervan niet meer, althans goeddeels niet meer, kon worden verwerkelijkt. Hij annexeerde de goederen niet, hij maakte ze niet tot Stadsgoederen: hij bracht ze onder één administratie, afgescheiden van die van het Stedelijke vermogen 2).

Merkwaardig is te dezen opzichte de remonstrantie van den Heer van Moersbergen, lid van de Ridderschap, waarin hij zich tot de Staten wendde, niet verzoek, dat deze de Stedelijke Regeering zouden trachten te bewegen van haar voornemen

1) Vroedsch. resol.

2) Of dientengevolge de afzonderlijke rechtssubjecten werden samengesmolten tot één nieuw, dan wel of zij als afzonderlijke lichamen bleven bestaan, zij het ook onder dezelfde administratie gebracht, blijkt er niet uit; m. i. zou het eerste wel waarschijnlijk zijn, omdat er voor een afzonderlijk voortbestaan geen afdoende grond aanwezig was, al is het argument niet al te sterk.

Sluiten