Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch stond de pastorie van ter Aa niet alleen in haar zelfstandige administratie; de pastorieën van Amerongen en Lopik, vóór de Reformatie geïncorporeerd bij de kapittelen van St. Pieter en St. Marie, lieten de Staten in het bezit dezer kapittelen; de pastorie van Nederhorst werd, 10 Mrt. 1626, van wege de Staten overgedragen aan Schout en Gerecht van Nederhorst1); ook de pastorie van Tarnen werd niet door den rentmeester der Geben. goederen beheerd -').

In het algemeen kan gezegd worden, dat de ontvangst der pastorieinkomsten door de Staten aan zich is getrokken; niet omdat zij de pastoriën hadden opgeheven, maar omdat zij als voedsterheeren der Kerk aan de Christelijke leeraars hun onderhoud hadden te verschaffen, en zij, voordat de eigen beurs geopend werd, hiertoe de inkomsten der goederen, die van ouds aan de pastoorsplaatsen waren verbonden, wilden doen strekken, hetgeen trouwens van zelf sprak; dat zij het innen dier gelden aan zich trokken, sproot voort uit den wensch, om niet dan wanneer het noodig was zelve bij te passen, welke noodzakelijkheid het zekerst te controleeren viel, als zij zelve die gelden ontvingen. Als zij op andere wijze voldoende zekerheid meenden te bezitten, lieten zij dien ontvang ook wel aan anderen over, als bv. aan den Ambachts-

1) Reg. 110. 59. Derde mem. etc. ff. 63 sqq. Cf. de rek. der Geben. goederen over 1618, ff. 77 vo. sqq., die over 1669, ff. 79 vo. sq.; die over 1740, p. 22.

10 Mrt. 1626 was er een overeenkomst gesloten door de gecommitteerden en den rentmr. der Geben. goederen met Schout en Gerecht van Nederhorst, waarbij hun toegestaan werd, te „aenveerden... alle de pastoryelanden ende innecomen aende pastorye aldaer behoorende, omme daermede te doen haer welgevallen ende d'selve thaerluyder geliefte te mogen beneficieren", mits den rentmr. der Geben. g. jaarlijks /. 450 betalende (+ f 50, als de predikant minstens 3 kinderen had), en de pastoriehuizinge onderhoudende. Omdat deze „acte van consent" hun niet „dienlick bleek, werd ze den I5den Nov. 1627 op verzoek van Schout en Schepenen door de Gedep. Staten overgedragen op den Ambachtsheer, Jhr. G. van Reede.

Later werd de heerlijkheid Nederhorst „in decreet verkogt", waarbij de „pastoryegoederen" op /. 3580 waren „gestelt" met goedvinden der Staten (19 Nov. 1701), welke som op de Gen. Middelen was belegd, wier renten (2'/» *„) door den rentmr. der Geben. g. werden geïnd. Zoo kwam deze pastorie, die men dus als behoorende tot de heerlijkheid Nederhorst beschouwde, weer in het kantoor der Geben. goederen terug.

2) Cf. de rekening over 161S, f. 134 vo-

Sluiten