Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

foort nogmaals de bevoegdheid verleend werd om tertiën der vicarieën te innen, werd gesproken van de „belastinge van de tertiën '). Deze woordenkeus alleen is evenwel niet voldoende 0111 de tertiën als belasting in den engen zin des woords, geheven van de bezitters van vicarieën ter zake van dit bezit, te construeeren. De wijze van inning ware dan niet zoo veelsoortig geweest; de possesseur en hij alleen ware dan de man geweest, die van wege de Staten voor de betaling ervan zou zijn aangesproken; deze wijze van inning nu werd ook wel gevolgd, doch niet dan bij uitzondering. Daartegenover staan tal van woorden en handelingen, die beslist onvereenigbaar zijn met de belastingtheorie; in den loop der zeventiende en in de achttiende eeuw kregen deze een vastheid, die voor dien tijd althans allen twijfel buiten sluit. Hoe de Staten zich oorspronkelijk de tertiën ook gedacht mogen hebben — zouden zij over de juridische constructie wel veel gedacht hebben, zou het hun niet genoeg zijn geweest, als zij maar het derde deel der inkomsten beurden, onverschillig welke juridische kleur men aan den weg waar langs zij dit resultaat bereikten geven mocht ? , in den loop des tijds heeft dit stelsel gezegevierd,

i) In de Statenresolutie van 23 Apr. 1656 werd bepaald: „Ende dat daer en boven de Stadt Utrecht uyt de vicariën in de parochiekercken derselver Stadt gefundeert sullen trecken jaerlijcks een gerecht derdendeel van derselver vicariën inkomen, tot uytvindinge van welcke by Hare Ed. Mo. behoorlijcke ordre gestelt sal worden".

In die van 12 Apr. 1660, waarbij gelijke bevoegdheid aan Amersfoort werd gegeven, heette het: „consenteren by dese, dat de verthoonders [sc. de „Rcgierders der Stadt Amersfoort"] zullen mogen trecken ende genieten die tertiën vande vicariën, die aldaer binnen Amersfoort gefundeert zijn".

En in die van 6 Juli 1670, waarbij Rhenen dezelfde bevoegdheid ontving, luidde het: „toegestaen de tertiën ofte een derdendeel van alle vicariën binnen de voorss. Stede gefundeert", „tot subsidie vant onderhout der predicanten".

Zie deze besluiten in de registers v. d. resol. d. Staten.

Mr. Verloren weet zoo waar uit de Statenresolutie van 15 Aug. 1666, waarbij die van 23 Apr. 1656 werd gerenoveerd, een argument te putten voor zijn theorie van het Stateneigendomsrecht van de vicariegoederen; de Thesaurier der Stad Ltrecht werd nl. gemachtigd, „naar het exempel van den rentmeester der gebeneficieerde goederen" de tertiën „tsedert den jare 1656 de facto tontfangen". Zie, zegt Mr. V., de facto, dus niet iure; iure kwamen de tertiën aan de Staten als eigenaars toe! Rapport etc. p. 171.

Sluiten