Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij acte van 4 Oct. 1613 (oude stijl) het recht gekregen van „presenteren ende aennemen" van een vicaris, wanneer de toenmalige possesseur kwam te overlijden, behoudens de bijvoeging: „ten ware dat wy eenen generalen voet by gratie vande Heeren Staten van desen Stifte quame te ramen tot regieringe vande vicariën, die sullen komen te vaceren, in wekken gevalle den persoon als vooren by haer te presenteren sal worden versien conformelijck van tgene daer by sal worden gestatueert ende geaccordeert". In overleg met den burggraaf, patroon der vicarie, presenteerde zij nu het Manhuis, om het inkomen ervan, dat onvoldoende was om de oude mannen, die erin verzorgd werden, benevens de moeder en de dienstmaagd van het huis te onderhouden, te verbeteren; zonder toestemming van den patroon kon zij niet het genot der vicarie aan een fundatie geven — hiertoe was haar de bevoegdheid niet verleend —, en zoo werd de collatie in den vorm van een overeenkomst gegoten; partijen besloten, „d'selffde goederen vande voorss. vicarye te confereren ende voortaen te laten

1509 blijkt, dat deze vicarie of kapellanie oorspronkelijk geheeten was de vicarie of kapellanie van Teylingen en gesticht was in de kerk van Warmond, doch „auctoritate" .van bisschop Frederik van Baden overgebracht („translatam") „in quadam aede noviter constructa ad usum quorundam pauperum in Montfoort".

Hier hebben we een voorbeeld van de translatie van een benefice van de eene kerk naar een andere. De translatie was trouwens een bevoegdheid van de geestelijke Overheid, die niet voor betwijfeling vatbaar is; de Bisschop kon bovendien de beneficiën geheel opheffen en zoodoende hun bestemming zoo grondig mogelijk wijzigen.

Ik wijs hier op, omdat Mr. Boeles in zijn geschrift over de armengoederen in Friesland van deze bevoegdheid tot translatie niet schijnt te weten en in de gewaande ontstentenis ervan een argument vindt voor de theorie van het gemeenteeigendom der kerkelijke goederen. Op p. 46 heet het: „Wel was men, terecht, vóór 1580, lang niet zoo angstvallig in het respecteeren van den onpraktischen of niet voor praktische uitvoering vatbaren wil des stichters als tegenwoordig, wel werden dikwijls verschillende kleine beneficiën in eenzelfde plaats vereenigd, werd dus hare bestemming gewijzigd, werd een vicarie aangewezen voor den opbouw of het herstel eener kerk, maar nooit werd een beneficie versleept van de eene plaats naar de andere".

Zeker, de geestelijke Overheid kon de bestemming der geestelijke goederen regelen, maar daarin was zij geenszins gebonden aan de grenzen eener parochie! En bovendien kon zij zelfs de beneficiën zelve opheffen en zoodoende het eigendomssubject verplaatsen. Cf. het meegedeelde omtrent de prebenden van ter Horst, p. 130.

Sluiten