Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geconfereerd aan C. van Tol; deze vicarie werd later *) eveneens geheel ontvangen door den rentmeester der Geben. goederen, die den vicaris 2/3 der inkomsten uitkeerde.

Van de eerste vicarie werden reeds in 1618 de tertiën ontvangen door den rentmeester der Geben. goederen.

De vicarie te Kamerik (van O. L. Vrouwe) had tot inkomen een erfuitgang van ƒ. 120; tot possesseur ervan was door den Stadhouder benoemd M. v. Weede, 25 Sept. 1683 2),

Op welken grond den Stadhouder het collatierecht dezer plattelandsche vicarieën toekwam, is mij niet gebleken3). In het register n°. 3582 is ook opgenomen een lijst der „Geestelijke Beneficiën met de incomsten van dien gefundeert inde Stad, Steden ende Lande van Utrecht, staende ter collatie ende electie van Sijne Excellentie als Stadhouder vanden selve Lande", 4 [lees: 14] Sept. 1628 door Marten van Hemerden, tot het samenstellen ervan door den Stadhouder gelast, ingeleverd bij den griffier van den Prins, Verdoes4). De beneficiën, hunne bezitters en hunne goederen werden er in opgesomd, zonder opgave echter van den grond van het Stadhouderlijke collatierecht. Behalve de proosdijen der vijf Kapittelen (waarvan de „electie" den Prins toekwam uit een „denominatie" der Staten), de thesaurie van St. Marie (wier „collatie" toekwam aan den Stadhouder en de Staten alternatis vicibus), werden door M. v. Hemerden verschillende vicarieën opgesomd als staande ter

In de rek. over 1669 (ff. 75 sqq.) kwam ze eveneens voor memorie, om dezelfde* reden; als collator werd de Stadhouder genoemd, als possesseur Maurits Cherles; ten onrechte werd ze St. Andries-vicarie genoemd.

In de rek. over 1740 (p. 21) werd van deze vicarie 1/3 der interessen van een kapitaal van/. 3621, 10 st. verantwoord:/. 33 — 4 — (21/» */•)•

1) Sedert 1759, toen het kapitaal van /. 3621, 10 st. was afgelost en 5 nieuwe obligaties waren aangekocht, en de Staten den rentmr. der Geben. goederen hadden opgedragen de volle interessen ervan te innen en 2/3 ervan den vicaris uit te keeren, (resol. 11 Mei, 3 Juni 1759).

2) Quohier 1674, f. 514.

M. v. Weede trad in de plaats van Jacob v. Berck, 19 Jan. 1622 door Maurits „als Stadhouder vande Provintie van Utrecht" met de vicarie begiftigd.

3) Cf. p. 602.

4) Ff. 60 sqq. Deze lijst komt ook voor in het Quohier 1674 ff. 467 sqq.

Sluiten