Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het tooneel te verdwijnen. Ik bepaal mij daarom tot een ervan: het convent van St. Catharina !).

Wel verre van dit convent op te heffen of ten gevolge van het verbod der Roomsche religie als opgeheven te beschouwen, beoogde de Orde (1580) er integendeel een reorganisatie van; het verbod om over hunne goederen zonder consent der Staten te beschikken, en het gebod om inventaris ervan te leveren en rekening en verantwoording hunner administratie te doen, werd den Johanniters niet gedaan, omdat de goederen van hen op de Staten waren overgegaan, maar integendeel, omdat het hunne goederen waren en bleven en de Staten als Overheid van den Lande conservatie en reformatie ervan wilden 2); nieuwe conventualen moesten, alvorens te worden aangenomen, door de Staten voor aangenaam verklaard worden, opdat blijken mocht, dat zij aan de vereischten voldeden.

Art. 16 van het Redressement wilde ook de goederen van dit klooster en van de ertoe behoorende commanderieën onder één rentmeester brengen te zamen met de goederen van het Duitsche Huis, en de conventualen evenals die van de overige conventen separeeren; overigens liet het de door de Orde gegeven reorganisatie in wezen, uitdrukkelijk de goederen bestemmende tot onderhoud van de conventualen, die voortaan den Lande zouden dienen. Het artikel werd evenwel niet gearresteerd maar in advies gehouden, zoodat de voorschriften der Orde in casu bleven gelden 3).

1) Cf. Dr. P. Q. Brondgeest, Bijdragen tot de Geschiedenis van het Gasthuis, het Klooster en de Balije van St. Catharina der Johanniter-ridders en van het Driekoningengasthuis te Utrecht. Hilversum 1901.

Cf. ook het 11 de deel van den Tegenwoordigen Staat, pp. 389 sqq.

2) Dr. Brondgeest (1. c. p. 27) ziet in het Raadsbesluit van 29 Jan. 1582 (cf. p. 415) een toepassing van het Statenbesluit van 6 Juni 1580 (cf. p. 279)! De resolutie van den Raad vloeide juist voort uit de bevoegdheid omtrent de geestelijke goederen, die hij zichzelf toekende en aan welke hij nog in 1618 dacht, toen hij n.1. een commissie benoemde „omme te versoecken alle het bescheyt ende het recht, dat dese Stadt in voorige jaren gehadt heeft totte opsichte ende administratie der abdye van Ste. Pauwels ende Balije van Ste. Catharynen etc. ende tselve op papier te brengen". Vroedsch. resol.; cf. het Raadsbesluit van 30 Nov. 1585*

3) Dr. Brondgeest vergist zich, als hij op p. 29 schrijft: „Hoe het zij, het bovenvermelde art. 16 werd op de goederen van St. Catharijnen en alle comman# derijen daartoe behoorende toegepast".

Sluiten