Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren spectcrcnde aenden convcnte van S'c. Catharynen binnen de Stadt Utrecht, inden naenie vanden gemeynen convente voorss., doen kondt allen luyden, dat wy in de qualite voorss." ... „in eenen eeuwigen erffpacht gegeven hebben ende geven mits desen" etc.; in geval van overgang van de erfpacht moesten nieuwe erfpachtsbrieven gevraagd worden, waarvoor de erfpachter alsdan aan „die van den voorn, convente voor eene erkentenisse twee goede kannen rijnschen wijn, den alderbesten die binnen Utrecht ten tappe lopen sal", moest geven x).

Het is derhalve niet voor betwisting vatbaar, dat de Staten, evenals het uit de meegedeelde feiten duidelijk is, dat zij niet het eigendomsrecht der kloostergoederen aan zich hebben getrokken maar het beheer, de regeering van het klooster2), eveneens bij voortduring geweten en gezegd hebben, dat dit de stand van zaken was, zoodat, gesteld al eens dat zij in hun deductie van 1664 een andere voorstelling hadden willen geven, dit in elk geval een op zich zelve staande afdwaling geweest ware, trouwens zonder rechtskracht maar van bloot academischen aard.

In hun hoedanigheid van regenten van het St. Catharina-

1) Reg. no. 59. Vijfde mem. etc. ff. 45 sqq.

27 Oct. 1636: Jhr. R. v. Golsteyn erkende in een losrentebrief voor zich en zijne erfgenamen schuldig te zijn „aen Sr. Peter Wtenbogaert als rentmeester van Sinte Catarynen t'Utrecht ende dat ten behouve vanden selven convente ende derselver nacomelingen wettich houderen deses" de som van f 4000, in mindering van de kooppenningen van verschillende perceelen lands door Mr. N. v. Berck „vanden voorss. convente" gekocht, welke/. 4000 door Mr. v. B. aan Jhr. v. G. waren betaald. Den isten Nov. 1636 werd door de Gedep. Staten aan den rentmeester van St. Catharina bevolen dezen rentebrief aan te nemen in plaats van de hem competeerende f. 4000. Reg. no. 59. Zesde mem. etc. ff. 90 sqq.

6 Mrt. 1640: „De Staten vanden Lande van Utrecht als aen ons genomen hebbende d'opsichte ende conservatie der goederen specterende aenden convente van Ste. Catharye binnen der Stad Utrecht, in den name vanden gemenen convente voorss." gaven vijf morgen land in erfpacht; in cas van wanpraestatie verviel de erfpacht en kwam het land „vry, los, ledigh aent convent voorat., omme heuren vryen wille daermede te doen"; „ende waert sake datter oorlogh quam tusschen Utrecht ende Holland, soo dat sy dat geld niet senden noch brengen en conde, soo souden sy den termijn ofte pacht brengen tot den commanduyr van Oudewater". Reg. no. 59. Zevende mem. etc. ff. 79 sqq.

2) Cf. pp. 647 sqq.

Sluiten