Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men gebruikt het Pretérito om aan te duiden: werkingen of toestanden, die geheel tot het verleden behooren, die dus hebben plaats gehad in volkomen verleden tijdruimten, zooals ayer (gisteren), anteayer (eergisteren), el ano pasado (verleden jaar); verleden handelingen, die zich maar een keer hebben voorgedaan, die plotseling plaats grepen, enz.

Hablé ayer con tu padre. Ik heb gisteren met uw

vader gesproken. (Het Nederl. en Fr. gebruiken hier den volui. teg. t.,hetSpaansch .liever niet).

\ o estaba escribiendo, euan- Ik zat te schrijven, toen mijn do mi padre entró. vader binnenkwam.

Ejercicio 33. Ter vervoeging :

a. El Pretérito perfecto de los verbos siguientes (volgende)-.

Amar, hallar, cuidar (zorgen), trabajar (werken), llegar (aankomen), preguntar (vragen), exclamar (uitroepen), perdonar (vergeven);

comer, beber, sorprender (verrassen), toser (hoesten), esconder (vsrbergen), deber, correr, depender, responder, (antwoorden) ;

vivir, cubrir (bedekken), acudir (toeloopen), combatir (strijden), describir (beschrijven), percibir (bemerken), anadir, recibir (ontvangen), partir (vertrekken.).

b. El Presente, Imperfecto y Pretérito de los verbos irregulares:

Tener, mantener (handhaven), obtener (verkrijgen), sostener (ondersteunen), retener (tegenhouden); estar y ser.

Ejercicio 34. Ter vertaling (op zooveel manieren mogelijk)

Ik bemin, gij vondt, hij zorgt, wij werkten, gij komt aan,

Sluiten