Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de tijd, waarvan men spreekt, nog niet geheel voorbij is (bijv. deze week, deze eeuw, enz.), bijv.:

Pedro ha estado en Roma. Pietcr ts in Rome geweest. (Hij

leeft nog en kan er weer heen gaan).

Espana ha producido gran- Spanje heeft groote mannen des hombres. opgeleverd. (Spanje bestaat nog

en kan nog meer groote mannen opleveren).

daarentegen:

Pedro estuvo en Roma. Pieter is in R. geweest. (Hij

is dood).

En el siglo XVI prodnjo In de 16/ eeuw heeft Spanje Espana grandes hombres. groote mannen opgeleverd. (De

16e eeuw is voorbij).

g. Voor onzen volmaakt verleden tijd heeft het Spaansch eAenals het Fransch twee tijden: el pluscuamperfecto y el pretérito perfecto (3* forma). Ik had gegeten kan dus zijn: halm comido en hube comido, evenals ik at kan zijn comia en comi. De vormen met hube, hubiste enz. komen weinig voor en worden alleen gebruikt na woorden als después que, nadat, luego que, zooilra. asi que, zoodra, tan pronto como, zoodra, cuando, toen, no bien, nauwelijks, enz.

Ejercicio 42. Ter vervoeging:

Het pretnito perf. (2* forma), pluscuamperfecto en het preU'-rilo ,>erf(cto (3a forma) dtr volgende werkw,

estar, ser, tener, corner, hablar, vivir, llegar (aankomen),

salir (vertrekken).

Ejercicio 43. Ter vertaling:

a. El ha tenido. V tuvo. Hablamos tenido. Tenéis. Teniais. Hubiste is tenido. Tenemos. Teniendo. Has sido. Estando.

Sluiten