Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

OpiMerkingen. a. Het Futuro wordt ia het Spaansch (even als in het Fransch) gevormd door el presente van haber (eenigszins gewijzigd) achter den Infinitivo te plaatsen.

b. Esiar en ser zijn in het Futuro regelmatig.

c. Tener cn haber zijn ook in het Futuro onregelmatig:

Futuro.

Tener. Haber.

Tendré. Habré.

tendr&s. habr&s.

tendré. habra.

tendrêmos. habrëmos.

tendréis. habréis.

tendran. habran.

Futuro perfecto.

Habró hablado, comido, vivido, estado, sido, tenido etc.

Condicional. *)

Hablarta. Ik zou spreken, comeria. viviria, etc.

hablarias. enz. comerias. estaria, etc.

hablaria. etc. seria, etc.

hablariamos. tendria, etc.

hablariais. habria, etc.

hablarian.

Condicional Perfecto.

Habria hablado, comido, vivido, etc.

Ejercicio 50. Ter vervoeging :

Het Futuro en de Condicional van:

Hablar, llamar, tener, ser, estar, vivir, preguntar, esconder, deber, escribir (schrijven), acudir (toeloopen).

•) Deze tijd- en wijsvorm wordt door de Academia ^ebraoht tot het Imperfecto del Subjuntivo. Voor den vreemdeling is echter, zooals later zal blijken, de hier gevolgde wijze van behandeling gemakkelijker.

J

Sluiten