Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben, is vertrokken. De dames, voor wier kinderen wij werken, zijn dezelfde, voor wie gij werkt. De omstandigheden. waarin hij zich bevindt, zijn ongunstig. Ik heb hier bloemen, welker geur zeer lekker (suave) is. De kinderen, wier vader gisteren stierf, zijn ongelukkig. Uw broer heett mij eenige barsche (brnsco) woorden gezegd, wat mij zeer (mucho) bedroefd heeft. De vrienden van mijn vader, die hier waren, zijn vertrokken naar A. Ik ben de man, die het gezegd heeft. Spreekt gij tot mij9 Wilt U van mij spreken? Niet van haar wil ik spreken. In de kamer, waar ik mij bevond, trad een bediende binnen, die mij eenige brieven overhandigde. Mij hebben eenige heeren bezocht, die mij wensehten ulesear) te spreken over de belangen (el interr's) van hunne kinderen. Wat U mij gezegd hebt, is ongeloofelijk. De os, die ploegt (arar), is nuttiger dan de meusch, die niet werkt. Ik spreek nooit van wat ik niet weet (ignorar). Laten wij nooit spreken van wat wij niet weten. Tot lï spreek ik niet, mijne heeren! Wat ik wensch is, dat je zwijgt (subj.). Geef mij het boek, dat Pieter u gezonden heeft. Wij hebben eenige vrienden ontmoet, die ons over uwe belangen gesproken hebben. Wat uw bediende u verteld heeft, is niet waar (vert. no es vinlad). De soldaten, met wie ik gesproken heb, zijn zeer dapper (valiente). Degene, die vreest bedrogen te worden, verdient (merecer) het te worden (serlo). De jongeling, van wiens verdienste (el mrrito) gij ons gesproken hebt, verdient geholpen te worden. Het boek, dat ik wil hebben, is dat hetwelk handelt over (tratar de) den oorlog tusschen Spanje en de Vereenigde Staten (los Estados Unidos). \ an hein wil ik het geld krijgen (obtener). Er zijn dagen, waarin ik het zeer druk heb (estar muy ocupado). Hij, die te veel (demasiado) spreekt, vergist zich dikwijls. Zij, die wij ontmoet

Sluiten