Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar zijt gij ? Is er iemand boven ? Neen, er is iemand beneden. Ik sta vroeg op en ga laat naar bed. Spreek luid. Spreek zoo luid niet. Laten wij zachtjes spreken. Hebt gij genoeg geld om de reis te doen ? Ik heb zeer weinig. Wij hebben nooit zoo iets gezien. Hij zal mij de 100 pesetas geven, die ik hem gevraagd (pedido) heb, en zelfs meer, als het noodig is. Dat zal hij in der eeuwigheid niet doen (hard). Dat zullen wij ons steeds herinneren. Hoe vaart U ? Wat heeft het geregend ! Wat vlucht de lafaard ! Haar hand was koud als marmer (el mdrmol). Hij keek mij alsof hij mij wilde vermoorden (quisiera matarmc). De waarheid, gelijk Bossuet zegt, is éen, de dwaling is menigvuldig (multiple). Zoodra hij aankwam, ging hij naar bed. Daar gij zoo boos (cnfadado) zijt, zal ik zwijgen. Gij zijt veel beter dan ik. Is hij ziek ? Of hij! Zij werden geprezen door den meester, maar niet erg. Zeer geliefde vriendin, vergeef mij mijn lange afwezigheid. Men heeft veel van hem gehouden. Hij is zeer bemind. Zijt gij gisteren in den schouwburg geweest ? Zeer zeker! Uw broer is een echte man. Mevrouw S. B. is op en top een dame. De Heer N. is een volmaakt edelman. Zeer tegen zijn zin verzond hij den brief. Wat is kostbaarder, (de) tijd of (het) geld'? Ik houd veel van uw neef. Hij is meer man dan zijn broer. Wat is meer, zeggen of doen'?

Ejercicio 117. Ven-taal:

Doen is meer dan zeggen. Hij heeft zooveel vrienden als hij wil. Hoezeer bemin ik u! Ik dacht niet dat hij zoo nabij was (oert. ik geloofde hem niet zoo nabij i. Hoe standvastig is deze groote man in den tegenspoed! Onze oom is geheel (completamcnte) hersteld. Zooveel te beter. Hoeveel grooter zijn de overwonnenen in Zuid-Afriea (Africa del sur) dan de overwinnaars (vencedor)! Hoe meer wij werken, hoe

Sluiten