Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam hij op zijn bestemming (destino) aan. Over een maand zal ik dit werk geëindigd (acabar) hebben. Ik heb hem dikwijls gezien. Plotseling verdween hij. Hij bezocht ons van tijd tot tijd. Binnenkort zal hij ons bezoeken. Hij kan hier zijn om twaalf uur op zijn vroegst (op zijn laatst). Zoek hem elders. Wij zullen hem naar elders zenden. In den omtrek was alles (s rust (descanso) en (' vrede. Hij bezit op zijn minst tien duizend pesetas. Spreek mij in de eerste plaats van u zeiven en daarna van hem. Zij keerden de boot het onderste boven. Zij verkoopen staal- en ijzerwaren in liet groot en klein. Hij heeft het willens en wetens gedaan. Ik vroeg het hem onverwacht. Ik wil dat zeer gaarne doen. A\ ij hebben dat zeer tegen onzen zin gedaan. Hij zal betalen, of hij wil of niet. Zij keek hem ter sluiks aan. Ik heb deze les van buiten geleerd. De jongens schreven om het best. Ik wil hem volstrekt niet ont vangen. Hij heeft twee uur gestaan en wij hebben twee uur gezeten. Het kind zat ineengehurkt in een hoek (rincón, ra.). Hij lag achterover onder een boom. Zij rijden *) en wij gaan te voet. Loop niet achteruit. Zij loopen op de teenen om den zieke niet te wekken. Hij reed met lossen teugel. Laten wij loopen zoo hard wij kunnen. Deze kinderen hinken. Het kleine kind loopt op handen en voeten. Yóor korten tijd bezocht ik de kerk te N. Meestal komt hij om negen uur. Binnen kort zal ik u schrijven. Hij keerde het wapen het achterste voren. Hij verdient op zijn minst 3000 duros per jaar en zijn broer verdient er ongeveer 2000. Zij loopen op een rij. Zij kwamen in menigte aan. Allen loopen door elkaar. Wij waren onder vier oogen. Ik heb u niet willens en wetens beleedigd. Hij sprak zeer snel. Ik kan hem dat

*) Pres. van ir: voy, vas, va, vamos, vais, van. Imperativo: ve, vaya él (Vd.); vamos, id, vayan éllos (Vds.). Het pres. van audar is regelmatig.

Sluiten