Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enfermo, estar malo (ziek zijn, daarentegen: ser malo, slecht zijn) estar bueno {gezond zijn, daarenbnen: ser bueno, goed zijn), estar contento, tevreden zijn.

N.B. a. Er is dus verschil tusschen es aqui en <sta aqui. Es aqui beteekent: hier is het, nl. dat we zijn moeten. (Fr. C'est ici) en Esla aqui, hij (zij, het, nl. een bepaald voorwerp) is hier (Fr. Ie voici of il (elle) est ici). *).

b. Met het participio pasado verbonden is

ser = worden, estar = zijn, bijv.

La casa es vendida, Het huis wordt verkocht.

La casa ha sido vendida, Het huis is verkocht (geworden).

La casa esta vendida, Het huis is verkocht (is niet

meer te koop).

In dit laatste geval is het participio geworden tot adjelivo, zoo ook in: Estoy sentado; el hombre de bien esta cstimado; el libro estd bien escrito.

c. Estar met het gerundio verbonden, drukt uit de voortduring der handeling; bijv.:

Estaba escribiendo en mi casa. cuando mi amigo entró. Estoy buscando a mi tïo.

d. Estar para met een Infinitivo beteekent: op het punt zijn: Estoy para salir.

Estar por met een Injinitivo drukt uit een handeling, die nog moet gebeuren:

La casa esta por (para) alquilar.

*) Het karakteristieke versohil tusschen ser en estar berust op de etymologie. Sommige vormen van ser namelijk zijn afgeleid van het lat .turn, fui, esse, zijn, de overige van sedeo, sedi, sedere, zitten. Estar komt van het lat. stare, staan. Het ww. ser (eigenl. zitten of zijn) werd gebruikt als er sprake was van blijvende eigenschappen, estar (eigenl. staan), als er sprake van oogenblikkelijke toestanden of eigenschappen.

Sluiten