Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV. HET WOORD GODS.

Khalief Manuur was, zooals wij in het tweede hoofdstuk gezien hebben, bevriend geweest met den edelen Amr ibnObeid. Bedenken wij, dat de laatste na den dood van Jezid III zich terstond bij hem gevoegd heeft, dan ligt het vermoeden voor de hand, dat de khalief ook persoonlijk een voorstander van den vrijen wil was. Hoe dit echter zij, zooveel is zeker, dat hij het streven der Motazelieten begunstigde, daar onder zijne regeering een aanvang gemaakt werd met het vertalen van de werken derGrieksche wetenschap. In dien toestand kwam met zijn dood geene verandering; ook zijne eerste opvolgers begunstigden kunsten en wetenschappen, gedeeltelijk uit eigen sympathie, gedeeltelijk om met het streven van hunnen tijd in overeenstemming te zijn. Het is de gouden tijd van den Mohammedaanschen staat, waarover wij hier spreken, al hoewel er meer dan een ding was, dat daaraan een spoedig einde scheen te voorspellen. Er was, om met Shakespeare te spreken, „something rotten in the state"; de beschaving was geene natuurlijke; wat nog erger was: zij werd niet

Sluiten