Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitersten zoom. De geestelijke wereld is niet anders dan het verst verwijderd segment, de buitenste omkring of omkringen van de natuurlijke wereld. Gemakshalve scheiden wij deze beiden, gelijk wij de dierenwereld scheiden van de plantenwereld. Maar de wereld der dieren en der planten is dezelfde wereld. Het zijn verschillende zijden van éénzelfde omgeving. En zoo is het ook met de natuurlijke, de stoffelijke en de geestelijke wereld. De binnenste kringen noemt men de natuurlijke, de buitenste de geestelijke. En wij noemen ze geestelijk, alleen omdat ze buiten ons, of buiten een deel van ons liggen. Datgene, waarmee we gemeenschap hebben, noemen wij natuurlijk ; datgene, waar we weinig of geen gemeenschap meê oefenen, noemen wij geestelijk. Maar wanneer het daartoe aangewezen correspondeerend organisme optreedt, d. w. z. het organisme, dat vrijelijk in verkeer kan treden met deze buitenste kringen, dan valt noodzakelijkerwijs dit onderscheid weg — het geestelijke wordt voor dit organisme de buitenste kring van het natuurlijke.

Moet het nu niet van de groote menigte levende organismen, van de groote menigte menschen worden getuigd, dat zij buiten gemeenschap leven met dien buitensten cirkel ? Vooronderstel, dat wij, om dit uiterste punt meer tastbaar te maken, het een naam geven. Vooronderstel verder, dat wij in plaats van het woord „correspondentie" of betrekking een woord gebruiken, dat de persoonlijke verhouding inniger uitdrukt. Laat ons het gemeenschap noemen. Nu kunnen wij de geestelijke verhouding van de verschillende afdeel ingen der menschheid nauwkeuriger bepalen. Zij, die in gemeenschap verkeeren met God, leven ; zij, die dit niet doen, zijn dood. De omvang of de diepte van die gemeenschap, de verschillende trappen van de betrekking tot God bij de onderscheiden individu's, en het meerder of minder krachtige leven, dat hiermee samenhangt, behoeft ons voor 't oogenblik niet bezig te houden. Het doel, dat wij ons hier voorstellen, is het wezenlijke karakter na te speuren van den geestelijken dood. En wij hebben bevonden, dat het bestaat in gebrek aan gemeenschap met God. De niet-geestelijke mensch is hij, die leeft binnen de welomschreven omgeving van deze tegenwoordige wereld. ,,Die zijn wellusten volgt, is levend gestorven". „Het bedenken des vleesches

Drummond. Natuurwetten. 7

Sluiten