Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over den stand van zaken. Na tijden van veel moedeloosheid, gebogen onder den last van onze groote zwakheid

eeren wijin tot ons zeiven, en herhalen voor den duizendsten

keer: „Mijn ziel, hoop'alleen op God." Maar de les is spoedig vergeten. De verworvene kracht schrijven wij weldra toe aan onze eigene inspanning, en zelfs de voorbijgaande winst wordt verkeerdelijk beschouwd als een teeken van verhoogde innerlijke levenskracht. Wederom steunen en leunen wij op ons zeiven, en wederom, na dagen van verbruik zonder aanvoer van nieuwe krachten, beginnen wij te sterven van honger, tot God, als onze laatste toevlucht eerst dan wederkeerende, wanneer wij op het punt staan van te bezwijken.

En waarom doen wij dit ? Waarom zoeken wij te ademen zonder dampkring, en te drinken zonder bron? Waarom nemen wij de onwetenschappelijke proef, om weken lang ons leven te onderhouden zonder een omgeving ? Het geschiedt omdat wij nooit de onmisbaarheid van een omgeving helder hebben ingezien. Wij hebben gearbeid zonder een beginsel.

en zeic e ons, dat „wij alleen op God moesten hopen " maar we weten eigenlijk niet waarom. Het is voor ons nooit zoo duidelijk geweest, dat zonder God de ziel zal sterven, als dat zonder voedsel ons lichaam bezwijken moet. In een woord, wij hebben nooit de leer begrepen van de standvastigheid der kracht. In plaats van ons te bepalen tot het omzetten van kracht, hebben wij gepoogd kracht te scheppen.

De natuurwet is hier zoo duidelijk, als de wetenschap iets maken kan. Met de woorden van den Heer Herbert Spencer wordt dit aldus uitgedrukt: ,,'t Is een gevolgtrekking uit die eerste waarheid, welke, zoo als we zagen, aan alle andere waarheden ten grondslag ligt, dat elke hoeveelheid kracht welke een organisme onder welken vorm ook verbruikt, in groote mate opgewogen wordt tegen een kracht, welke' het van buiten af had ontvangen." We hebben hier te doen met een eenvoudige kwestie van 't vermogen der krachten. Welke kracht ook van de ziel uitgaat — zij moet die eerst van buiten af ontvangen" hebben. Wij zijn geen scheppers, maar schepselen; God is onze toevlucht en sterkte. Gemeenschap

Sluiten