Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een andere kiem aan, assimileert zich de omringende stof en vormt haar tot een kruipend dier. Dat leven doet dus niets anders dan een incarnatie van zich zelf maken. De zichtbare vogel is dus eenvoudig een incarnatie van het onzichtbare vogelleven.

Nu naderen wij tot het punt waar de geestelijke analogie zich vertoont. Het is een zeer verwonderlijke analogie, zóó verwonderlijk, dat men bijna aarzelt haar onder woorden te brengen. Toch is de natuur godvreezend, en t is haar stem, waarnaar wij luisteren. De lagere levensverschijnselen, zegt zij, zijn niet meer dan een allegorie. Daar is een ander sooit leven, waarvan de wetenschap tot heden weinig kennis heeft bekomen. Het gehoorzaamt aan dezelfde wetten. Het bouwt zijn organisme op in zijn eigen vorm. Het is het Christusleven. Gelijk het vogel-leven een vogel opbouwt, het beeld van zich-zelf, zoo bouwt het Christus-leven een Christen, het beeld van Hem zelf, in de innerlijke natuur des menschen. Als een mensch een christen wordt is dit het natuurproces, de levende Christus treedt zijn ziel binnen. De ontwikkeling neemt een aanvang. Het leven vormende leven grijpt de ziel aan, assimileert de omringende elementen, en begint hen te vormen. Overeenkomstig de groote wet van de overeenstemming met het type neemt dit vormen een bepaalde gestalte aan. 't Is dat van den kunstenaar, die iets vormt. En door 't geheele leven gaat dit wondervolle, mystieke, heerlijke en bepaalde proces voort „totdat Christus er een gestalte in heeft.

Het christelijk leven is niet een onbekend streven naar rechtvaardigheid — een slecht omschreven worstelen om een onnauwkeurig beschreven doel. Godsdienst is niet een onsamenhangende hoeveelheid verlangen, gebed en geloof. Daar is niet meer verborgenheid in de voortgaande ontwikkeling van den godsdienst dan in de ontwikkeling van de biologie. In die biologie is veel mysterieus. Wij weten eigenlijk nog niets van het leven, niets van ontwikkeling. En hetzelfde mysterie hangt over het geestelijke leven. Maar de groote lijnen zijn dezelfde, even scherp geteekend, even duidelijk ; en de wetten van het natuurlijke en geestelijke zijn dezelfde, even onfeilbaar, even eenvoudig. Zal dan al het andere in de natuur ons zijn regelmatigheid te zien geven, en voor de

Sluiten