Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cischte eigenschappen bezit van een normaal protoplasme, zal het noodig wezen in 't voorbijgaan te onderzoeken, waarin deze eigenschappen bestaan. Zij zijn twee in getal: vatbaarheid voor leven — en voor vorming. Let eerst op die vatbaarheid voor leven, 't Is niet genoeg een geëvenredigden toevoer te vinden van bouwstoffen. Die bouwstof moet wezen van de goede soort. Alle soorten van stof. zijn niet geschikt tot een voermiddel voor het leven, niet even geschikt om electriciteit te kunnen geleiden. Wat er eigenaardigs schuilt in kcol-, zuur-, water- en stikstof, op bepaalde wijze verbonden, zoodat het leven ontvangen kan, valt niet te zeggen. Wij weten alleen, dat leven altijd in de natuur verbonden is met deze bijzondere fyzieke basis, en nooit met een andere. Maar wij verkeeren niet in hetzelfde donker ten opzichte van het zedelijk protoplasme. Wanneer we letten op dezesamengestelde verbinding, welke wij de basis hebben genoemd van het geestelijke leven, vinden wij iets, dat het een bijzondete geschiktheid geeft om het protoplasme te zijn van het Christusleven. Wij ontdekken althans één nadrukkelijke reden, niet alleen waarom dit soort van leven verbonden is met dit soort van protoplasme, maar ook waarom het nooit verbonden wordt met andere soorten, welke er op schijnen te gelijken — waarom, bij voorbeeld, dit geestelijke leven niet wordt ingeënt op het verstand van een hond, of het instinct van een mier.

Het protoplasme in den mensch heeft iets boven zijn instinct en levensmanier. Het heeft vatbaarheid voor God. In die vatbaarheid voor God ligt zijn ontvankelijkheid , het is liet protoplasme, dat noodzakelijk was. Het vertrek is niet alleen gereed, om het nieuwe leven te ontvangen, maar de gast wordt verwacht en men mist hem, totdat hij is aangekomen. Tot dien tijd verlangt en treurt de ziel, gevoelt zich eenzaam en droefgeestig, steekt in haar leed de voelhorens uit in de ledige lucht, tastend naar God, of zij Hem vinden mocnt. Dit is niet alleen eigen aan het protoplasme van de ziel des Christens. In ieder land, en in iederen tijd zijn er altaren opgericht voor den bekenden of onbekenden (jod. De anthiopologie heeft nu zeer duidelijk geleerd, dat de algemeene taal der menschelijke ziel altijd is geweest: „ik verga van honger." Dit maakt haar geschikt en vatbaar voor Chris-

Sluiten