Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkvormig te zijn dan de dieren of automaten ; maar dan zouden wij geen menschen zijn geweest, 't Is een mogelijk geval, maar niet mogelijk voor het soort van protoplasme, waarmeê menschen zijn toegerust. Krachtens den bijzonderen aard van dit protoplasme, behoort er nog iets van wijder strekking en gansch exceptioneelen aard aan te worden toegevoegd. De eerste eisch is, dat het verstand, aangezien het bewust is en deze kiesvrijheid heeft, een daarvan geëvenredigde kennis bezitten moet van wat het zeggen wil: te kiezen. Een zekere openbaring van het type is (dit spreekt van zelf) noodzakelijk ; en daar de openbaring alleen kan komen van het type, zullen wij daar ze zoeken moeten.

Wij staan hier op eenmaal voor de incarnatie. Daar vinden wij, hoe het Christus-leven zich omkleed heeft met stof, letterlijk het vleesch heeft aangenomen, en onder ons heeft gewoond. De vleeschwording is het leven, dat het type aanneemt. Sinds lang is men het er over eens, dat dit het doel der vleeschwording is: de openbaring van God. Maar waartoe moest God geopenbaard worden ? Voor wie anders, inderdaad dan voor menschen ? Waartoe anders dan opdat wij „als in een spiegel de heerlijkheid des Heeren ziende, zouden veranderd worden in hetzelfde beeld ?"

Om echter te komen tot het kiesvermogen, was nog iets anders en meerders noodig dan de openbaring alleen van het type ; het ivas noodig dat het type het hoogst denkbare type was. Met andere woorden : het type moest het ideaal zijn. Men geeft toe, dat voor allen waren menschelijken wasdom, inspanning en welslagen, een ideaal onmisbaar is. En daarom hebben ook alle menschen, wier leven is gegrond op een beginsel, zich zeiven een meer of minder volkomen ideaal gesteld. Hierdoor wordt allereerst de wil afgetrokken van hetgeen laag is, en keert het leven zich tot hetgeen heilig is en rein. Dit alles is zoo waar als zuivere wijsbegeerte. Maar de wijsbegeerte vermocht niet den mensch een ideaal te schenken, doch nooit is beweerd, dat zulks niet was gelukt aan 't Christendom. Geloovigen en niet geloovigen zijn gedwongen te erkennen, dat het christendom der wereld \ertoont het ideaal, dat zij niet bezit, t. w. den volmaakten mensch.

De erkenning van het ideaal is de eerste stap in de richting

Drummond. Natuurwetten. '3

Sluiten