Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dit Noordelijke deel strekte zich een landtong, waarvan de tegenwoordige Canarische Eilanden de bergtoppen waren, naar 't groote Atlantische vastland uit. Een smalle zeestraat tusschen het uiteinde van dien landtong en de kust van Atlantis was dus 't eenige water, dat men over moest steken voor eene reis van China naar Peru.

De grootste hoofdstad van dit uitgestrekte vastland, dat natuurlijk vele volkeren en vele groote steden omvatte, was daar gelegen, waar thans het midden van den Oceaan is, tusschen de Kaap Verdische eilanden en West-Indië. De staat van zaken evenwel, waarover ik thans spreek, is niet die, waar Plato's overlevering gewag van maakt. Reusachtige veranderingen wijzigden het tooneel, alvorens het uitgestrekte vastland teruggebracht was tot de grootte van het eiland Atlantis, dat ongeveer 11500 jaar geleden bestond. Over die veranderingen zal ik zoo dadelijk spreken, maar laat ons eerst terugkomen op de werkelijk luisterrijke dagen der oude Atlantische beschaving.

Laat ik beginnen met het tijdperk van een millioen jaren geleden, niet omdat toen de bedoelde beschaving begon, maar omdat zij toen op t hoogst was. Zij was 't product van een langen weg van menschelijke ontwikkeling, waarvan de studie ons naar een bijna onmetelijk grooter oudheid terugvoert; maar het voornaamste begrip omtrent het verleden, dat van belang is om ons goed voor te stellen, is dat de menschheid in vervlogen tijden, waarvan de moderne geschiedenis in't geheel geen denkbeeld heeft, in vele opzichten volkomen op denzelfden trap van ontwikkeling stond, als wij heden ten dage. In andere opzichten was zij weder zeer veel hierbij ten achter, maar dit betrof meer de moreele dan de verstandelijke ontwikkeling, zooals ons aanstonds duidelijk zal worden. Want werkelijk, in het bijzondere tijdperk waarop ik de aandacht vestig, was het volk onschuldig genoeg. Het stond onder de zegenrijke leiding van wijze en verheven koningen; en hoewel het denkbeeld van politieke vrijheid, zooals wij dat opvatten, hen nauwelijks bekend was, waren zij zachtzinnig, werkzaam en vreedzaam, zoodat er onder hen geen bepaalde armoede of gemakkelijk opgewekte ontevredenheid heerschte. Openbare instellingen waren bestemd voor het welzijn van allen en het leven was over 't algemeen veel gemakkelijker dan bij ons. Kunsten en wetenschappen waren tot op eene groote

Sluiten