Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te achten voor een richtig gebruik van het recht in 's Lands belang.

Het spreekt van zelf, dat het criterium van éénjarige gevangenisstraf slechts eene greep is. Sommigen vinden de grens wellicht te veel naar de ééne —, anderen naar de tegenovergestelde zijde getrokken. Bij het vaststellen der grens is het standpunt ingenomen, dat slechts de zwaarste der drie hoofdstraffen, op misdrijven gesteld, ten deze in aanmerking komen kan en dan nog maar alléén, wanneer zij voor een betrekkelijk langen termijn wordt opgelegd. Wanneer dat evenwel het geval is, dan behoort de ontzetting van het kiesrecht onder alle omstandigheden te volgen ; zij mag niet aan het welmeenen van den rechter worden overgelaten.

Overigens beschouwe men in nauw verband met het voorgaande hetgeen volgt:

Voor hoe langen tijd zal de uitsluiting van het kiesrecht moeten plaats vinden? Verdient het Fransche stelsel navolging, krachtens hetwelk de misdadiger in den regel het kiesrecht voor het leven verliest, of wel is het Belgische stelsel te verkiezen, dat, in het algemeen de uitsluiting tot een bepaalde tijdsruimte beperkende, na verloop daarvan de kiesbevoegdheid weder terug doet erlangen?

Wij gevoelen meer sympathie voor het Belgische stelsel: waar het algemeen belang de hoofdgrond is, die tot de ontneming van het kiesrecht leidt, kan, na afloop van een bepaalden termijn sedert de veroordeeling, het kiesrecht worden teruggegeven. Als de delinquent een ordelijk burger is geworden, die voor de rechtsorde geen gevaar meer oplevert, dan behoort hij niet langer dan noodig is, in zijne rechten te worden verkort.

In dit opzicht ging het voorstel van den heer Tak van Poortvliet o. i. te ver, daar het inhield, dat allen, »die onherroepelijk wegens misdrijf zijn veroordeeld tot eene vrijheidsstraf van 4 jaar of langer'' voor het leven van het kiesrecht zouden worden uitgesloten.

Sluiten