Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volksvertegenwoordiging aan de vrouw, in Nederland nog niet is aangebroken.

Bij de overweging van dit deel van ons rapport kwam nog ter sprake de vraag, of het niet aanbeveling zou verdienen, indien men allengs tot invoering van vrouwenkiesrecht mocht willen komen, dit aanvankelijk toe te kennen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dit denkbeeld had onze sympathie: reeds Thorbecke beschouwde de deelneming aan het leven der gemeente als de opvoedschool voor de deelneming aan het Staatsleven. Intusschen, wij gaan hierop niet verder in, omdat de regeling van het kiesrecht voor den gemeenteraad valt buiten de aan onze Commissie verstrekte opdracht.

De vreemde wetgevingen, waarin het vrouwenkiesrecht is neergelegd, zijn slechts weinige in aantal.

Zoo bepaalt de kieswet van Nieuw-Zeeland van 1893, welke de kiesbevoegdheid voor de Volksvertegenwoordiging zoowel aan den grondeigendom als aan het bezit van het burgerschap verbindt, dat onder de »personen", welke krachtens die kenteekenen het kiesrecht deelachtig zijn, niet slechts mannen, maar ook vrouwen zijn te verstaan.

Onderscheid tusschen gehuwde en ongehuwde vrouwen bestaat dus ten deze in het Nieuw-Zeelandsche recht niet.

In Engeland is ter zake van de verkiezingen voor de gemeente- en graafschapsraden bij de Municipal Corporation act (1882) 5. 63 en de County Electors act (1888) 5. 2 het kiesrecht gegeven aan alle weduwen, ongehuwde en gescheiden vrouwen, welke de overige vereischten voor kiesrecht bezitten. Pogingen om ook voor de Parlementsverkiezingen het kiesrecht tot vrouwen uit te strekken, hebben tot nog toe herhaaldelijk schipbreuk geleden; de laatste dier pogingen dagteekent — voor zooveel ons bekend — van 3 Februari 1897, toen met 71 stemmen meerderheid de »Parliamentary franchise (extension to women) bill," voorgesteld door den heer Faithful Bregg, in tweede lezing door het Lagerhuis werd verworpen.

Sluiten