Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Diezelfde beginselen gelden ten aanzien van de stem, die de kiezer voor de plaatsvervanging kan uitbrengen. Ook hier beschikt hij over ééne stem, die hij öf aan eenen candidaatplaatsvervanger afzonderlijk kan geven, öf voor zooveel hij zich vereenigt met de volgorde van voordracht zijner partijlijst, op alle voorgedragen candidaat-plaatsvervangers gezamenlijk kan uitbrengen, met hetzelfde effect als hierboven ten aanzien van de stem voor alle candidaatleden gezamenlijk is uiteengezet.

Wat de keuze voor de plaatsvervanging betreft, is de kiezer beperkt tot de lijst, aan wier candidaat of candidaten hij, waar het de verkiezing voor het lidmaatschap gold, zijne stem heeft gegeven. Met de beginselen der partijvertegenwoordiging zoude een ander stelsel niet strooken. Immers, waar die vertegenwoordiging er van uitgaat, dat het kiezerscorps verdeeld is in partijen en groepen, die ieder hare eigen candidatenlijst indienen, daar ligt het in de ïede, dat de kiezer, voor de plaatsvervanging geene andere candidaten behoort te kunnen aanwijzen, dan die welke gesteld zijn door de partij, bij welke hij zich, blijkens zijne stem, heeft aangesloten.

Voor zooveel de kiezer zich met geen der op de lijst zijner partij voorgedragen candidaten kan vereenigen, moet hij de vrijheid hebben, zich ter zake der plaatsvervanging van stemming te onthouden.

Art. 22. Bij alle de in dit artikel ongeldig verklaarde stembriefjes wordt inbreuk gemaakt op den regel, dat de kiezei slechts ééne stem heeft uit te brengen voor het lidmaatschap en ééne voor de plaatsvervanging.

Artt. 23—25. In artikel 20 werd de onderscheiding gemaakt tusschen algemeene stemmen, welke op alle candidaat-leden, of op alle candidaat-plaatsvervangers, of op alle candidaten eener lijst gezamenlijk zijn uitgebracht, en de bijzondere stemmen, die aan één candidaat-lid of éen candidaat-plaatsvervanger zijn gegeven.

Sluiten