Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 4.

Vóór den eenentwintigsten dag, voorafgaande aan dien, waarop de stemming bepaald is, kan door de verschillende partjjen en groepen onder de kiezers, alsook door enkele kiezers aan den voorzitter van het centraalbureau eene opgave van candidaten worden ingezonden. Zoodanige opgave zal moeten bevatten: den naam, de voorletters en de woonplaats der candidaten, alsmede aanwijzing van den kieskring, binnen welken dezen candidaat gesteld worden; zjj zal de handteekening van minstens één kiezer moeten dragen.

De handteekening van éénzelfden kiezer mag op meerdere lijsten voorkomen.

Art. 5.

Üp den veertienden dag, voorafgaande aan dien, waarop de stemming bepaald is, wordt door het centraalbureau eene lijst openbaar gemaakt, houdende opgave van de namen, de voorletters en de woonplaatsen der ingekomen candidaten, gerangschikt naaide kieskringen, binnen welke zij candidaat gesteld zijn, in alphabetische volgorde voor iederen kieskring.

De openbaarmaking geschiedt door aanplakking en door aankondiging in de Nederlandsche Staatscourant.

Geene openbaarmaking geschiedt van opgaven, welke niet zijn ingericht overeenkomstig het vorige artikel.

Art. 6.

De kiezer is in zijne keuze niet beperkt tot de candidaten, die gesteld zjjn binnen den kieskring, waartoe hjj behoort. Hij mag echter niet stemmen op andere candidaten dan degene, wier namen krachtens het vorig artikel zijn openbaar gemaakt.

Art. 7.

De kiezer brengt één stem uit. Hij mag, voor het geval dat zijne stem niet aan den candidaat zijner keuze ten goede kan komen, haar overdragen aan één of meer andere candidaten.

Art. 8.

De binnenzjjde van elk stembriefje is ingericht overeenkomstig het hierachter gevoegd model.

De kiezer schrijft den naam van den candidaat zijner keuze in het eerste kiesvak. Wenscht hij ingevolge het vorige artikel zijne

Sluiten