Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het gevolg van den buitengewonen opbloei der industrie na den oorlog van 1870—71 en nog meer van de dolle speculatie, die zich uitte in het stichten van ontelbare maatschappijen op industrieel en finantieel gebied. Dat de speculatie op groote schaal nog altijd veel kwaad veroorzaakt, bewijst wel de huidige ongunstige conjunctuur, die ook nu weer buitengewone werkloosheid in haar gevolg voert. Het jaar 1907 zou men daarom ook wel eenigszins een crisisjaar kunnen noemen. Toch kan men echter van eigenlijke crisissen niet meer spreken sinds '70.') En het getuigt dan ook van eenzijdigheid, waaraan socialistische schrijvers zich nog al eens schuldig maken, om daarin alleen de oorzaak der werkloosheid te zoeken. De maatschappelijke ordening is een te ingewikkelde machine dan dat men zich op één onderdeel zou mogen verlaten. Trachten we daarom het geheel te zien.

maar al te gegronde vrees, dat zij anders op de flesch zouden gaan, ingelijks zich gedwongen gevoelden, hun bouwplannen na te laten.

Dit laatste was en is echter niet alleen met de voorloopig aan den bankroet-dans ontsprongen insoliede, maar ook met de soliede bouw ondernemers het geval. Immers de gespannen toestand in de geldwereld maakte het ook deze laatste soort huizenbouwers steeds moeilijker, zoo niet vrijwel onmogelijk, geld te krijgen tegen een rente, welke hen in staat stelde, hun affaire zonder verlies voort te zetten. (Zie uitvoeriger Kath. Soc. Weekbl. 6e Jrg. No. 14 en No. 36.)

') De onpartijdige historie heeft dus volkomen gelogenstraft de z.g. krisistheorie der sociaal-democraten, welke leerde, dat de maatschappelijke ontwikkeling zou leiden tot steeds heviger en elkaar sneller opvolgende krisissen, welke de ineenstorting der kapitalistische productiewijze zou verhaasten. De verwachte steeds grooter wordende concentratie bleef dan ook uit en integendeel groeide juist de z.g. kleinindustrie door toepassing der gasmotoren en electriciteit. Die omtrent de krisistheorie uitnemende kritiek wil lezen, verwijs ik naar het Kath. Soc. Weekbl. 5e Jrg. bl. 571 e.v. Zie over de oorzaken van crisis ook nog Mr. N. G. PlERSON, Leerboek der Staathuishoudkunde 1890 Dl II Hfdstuk I en II.

229

Sluiten