Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in staat haar taak eenigszins afdoende te kunnen behartigen ').

Besluitende komen wij dus tot deze uitspraak: nóch arbeidsbeurzen, nóch kunstmatige werkverschaffing zijn in staat afdoende de werkloosheid en hare gevolgen te bestrijden, hoewel de toepassing dezer beide middelen vaak veel verlichting kan brengen en daarom verdient toegejuicht en aangemoedigd te worden. *)

VI. DE VERZEKERING.

Mr. Dr. Ch. Raaymakers heeft reeds in 1895 in zijn meergenoemd proefschrift op afdoende wijze de wenschelijkheid der verzekering tegen de economische gevolgen van werkloosheid aangetoond. In navolging van Dr. L. BrenTano, die deze verzekering noemde: »de hoeksteen van het gebouw der sociale verzekeringen", achtte ook hij »de werkloosheid, waartoe de krachtige, gezonde werkman wordt verplicht door gebrek aan werk van veel ernstiger karakter

l) Men leze de verslagen der commissie van werkverschaffing te Amsterdam in het Rapport over de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van werkloosheid, Amsterdam 1903

*) Sinds eenigen tijd hoort men als nieuw middel tegen de werkloosheid ook nadruk leggen op de emigratie. Mr. E. M. MeIJF.RS wijdde daaraan een interessant artikel in het Dagblad: «Land et Volk" van 26 febr. '08. Na de voor- en nadeelen uiteengezet te hebben, komt hij tot deze conclusie:

»De emigratie van thans moet anders geschieden, dan de emigrate van voorheen. Wil een emigratie in den tegenwoordigen tijd slagen, dan moet zij goed zijn voorbereid: de plaats, waarheen de emigratie zal geschieden, moet met zorg worden uigekozen; de emigranten moeten van het noodige kapitaal voorzien zijn om de eerste kosten van vestiging te kunnen bestrijden; bij iederen emigrant moet nagegaan worden, of hij wel de geschikte eigenschappen voor de emigratie bezit, enz., enz.

Houdt men met al deze feiten rekening, dan heeft zjker ook thans nog emigratie veel toekomst.

244

Sluiten