Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is deze onderstelling juist, dan is het waarschijnlijk al spoedig na de te boek stelling uit het klooster geraakt. Zoo toch meen ik het feit te moeten verklaren, dat het niet is voortgezet: want dat de kroniek vervolgd is door een monnik der abdij, staat vast. Een andere mogelijkheid is deze, dat het vervolg door een monnik voor zichzelven is opgesteld: want dat de geschiedenis der verdere abten geen officieel karakter draagt, ten minste niet onder de oogen van den abt is opgesteld, blijkt wel b.v. uit de kritiek, door den kroniekschrijver op de buitensporigheden van den abt Arnoldus Lanth uitgeoefend. Maar ik begeef mij hier op het wijde veld der onderstellingen : keeren wij terug tot de vaststaande feiten.

Yan de verdere geschiedenis van het handschrift is weinig bekend i). In 1851 werd het door den bekenden Frieschen geschiedkundige en jurist De Haan Hettema aan het toenmalige Provinciaal Archief van Groningen geschonken 2). Omtrent de afkomst van het handschrift zegt de schenker in een uitvoerige beschrijving, die met een met Yan Heussen en Koppius gecollationeerde copie aan het stuk is toegevoegd. „Ik meen dat dit Handschrift voor eenige jaren door den toen te Groningen, doch thans te Leeuwarden wonenden boekhandelaar J. Swarts van eenen van de familie Bindervoet, met meer andere stukken is gekocht geworden." Verder is van de geschiedenis van het handschrift niets bekend. Er is misschien een band te leggen tusschen Aduard en de familie Bindervoet. Deze stamt langs de vrouwe-

1) Op fol. 8r staat: 1809 (nummer of jaartal?). Op fol. 8' is nog zoo iets als.... haepwille te onderscheiden.

2) "Voorin ligt een copie van den brief van De Haan Hettema, waarbij hij dat doet, d.d. 27 Februari 1851, geverifieerd door den griffier der Staten van Groningen, d.d. 28 Februari 1851. Vgl ook de bijgevoegde Provinciale Groninger Courant van 18 Maart 1851.

Sluiten