Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vicinius ]), quam ornatissimum reddidit 2). Praeclarissima quoque organa non renovavit solum, sed etiam vario musicae artis genere cumulavit: neque enim contentus fuifc ex veteri opere constituisso novum, sed si quid elegantius aut fingi aut excogitari queat^ novo quodam additamento auxit, ut pene nihil in eo desiderare posses. Praeterea domum capitularem a solo usque ad summum restauravit, tabulis ex aere optirno ad latus sinistrum adjunctis, dextrum eodem modo oxornaturus, nisi alia incommoda institutum impedivissent. Majorem insuper abbatiae aulam necnon et abbatis cubiculum a calce usque ad verticem elegantibus tabulis appositis renovavit. Bibliothecam nostram ornavit non tantum variorum librorum magna copia, verum etiam ipsas aedes eleganter fulcivit. Ad haec Gioningae in arce nostra studio magno non pauca reparavit: majus videlicet atrium picturis ornatum reliquit; gradus item illos lapideos, quibus ad domini abbatis cubiculum ascenditur, ipsum quoque abbatis

1) II, IiG I en II en AG II hebben vicinum.

2) Van andere zijde, namelijk van Karei van Mander, weten wij, dat de beroemde Jan van Scorel voor Aduard een altaarstuk met deuren heeft gemaakt inet een voorstelling van het Laatste Avondmaal met levensgroote figuren, allen portretten. Dit stuk is helaas! spoorloos verdwenen. Mogelijk zijn beide doeken, die in

(jammer genoeg!) uit het Provinciehuis te Groningen naar het Rijksmuseum te Amsterdam zijn overgebracht (hel bezoek der koningin van Scheba en David en Bathseba), uit Aduard afkomstig. (Vgl. Gron. Volksalmanak, 1893 blz. 24.) Een derde doek van Jan van Scorel, dat sedert onheugelijke jaren in Groningen is bewaard geweest en dus misschien ook uit Aduard afkomstig is, is in 1899 voor den dag gekomen. Het stelt voor een vader, moeder en vier kinderen, starende naar het lijkje van een op een tafel liggend kindje, de vader met een opengeslagen boek voor zich: de achtergrond vormt een half Duitsch, half Romeinsch landschap. Het stuk zal eerlang in het Museum te Groningen een plaats verkrijgen. (Vgl. Buil. v. d. Ned. Oudh. Bond, 1899/1900, blz. 124; Verslag v. h. Mus. v. Oudh. te Gron. 1899 blz. 8, 12.)

Sluiten