Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mutavit et nova constituit: nam duos cantharos e puro argento tantae magnitudinis finxit i), ut altitudo viri foemur immo lumbos contigeret. Annulorum aureorum gemmarumque pretiosarum magna illi copia etat, Et quamvis a superbia erat alienissimus, tarnen illis apprime delectabatur. Hoe vero tempore sub I). Prancisci festum «) Franciscanus monachus, Pater Joannes Ivnijff, primus episcopus Groningensis, venit in urbem ac postridie ad nos in Adwerth, ubi praeter alia collegia etiam nostri monasterii abbatiam ad se trahere modis omnibus laborabat 3). nie Hermannus Cornelii, abbas in Wittewerum, ordinis Praemonstratensium, episcopo monasterium tradit ea lege, quod ipsius fratres canoniei, ipse vero summae aedis foret

II en AG II hebben fecit.

2) 4 October 1508.

3) Het spreekt van zelf, dat de strijd om het bestaan, dien •Aduard tegen den bisschop van Groningen heeft moeten voeren door onze kroniek verre van onpartijdig is te boek gesteld. Johannes' Kmjll is voor haar een hongerige wolf, zoekende wien hij zal verslinden, begeerig uaar het geld en goed der brave en vrome kloosterlingen; voor hem is geen goed woord te vinden. Het ligt voor de hand, dat deze beschouwing ten zeerste onjuist is. De Groningsche kerkvorst had een moeilijke positie in een gewest, waar niemand zijn komst had gewenscht, integendeel. Maar hij moest toch zijn bisdom als een goed herder organiseeren en daartoe was in de eerste plaats geld noodig. Zonder de inkomsten, die hem krachtens Pauselijke bul en Koninklijk besluit uit Aduard waren toegelegd , kon het bisdom onmogelijk bestaan. Zoo er van schuld in dergelijke aangelegenheden sprake kan zijn, ligt zij bij Paus en Koning, of liever bij hun raadgevers, die aan den Groningschen stoel de zeer welvarende en machtige abdij van Aduard hadden toegewezen Hoe zij daartoe zijn gekomen, is niet duidelijk. Waarschijnlijk is hun het onmiskenbare verval van het klooster met al te helle kleuren afgeschilderd en meende men het daarom zonder tegenstand te kunnen annexeeren, gelijk het verlaten Esens en het zoo goed als uitgestorven Wittewierum. Vgl. over de geschiedenis van het Groningsche bisdom en zijn strijd met Aduard: Reitsma, De laatste dagen van de heerschappij der Roomsch-Katholieke Kerk, in het Gedenkboek der Reductie van Groningen in 159i, blz. 139 vlg.

Sluiten