Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doctor en kerckheere toe St. Meerten, Mester Roelof Mepsche, Doctor en kerckheere toe Bedum, Coert Coenerdes en Reindt Duerdes '), beide Borgemeesteren in Gronningen, en Mr. Willem Frederici, Doctor en kerckheere toe St. Meerten, als een overman, welcker overman en deedingesluiden desse voorbenoemde partijen stede, vast in euwige hebben verlijcket in maniere naebeschreeven.

(Volgt een resumé van het boven — bijlage V — medegedeelde charter. \ an waar Benninghe evenwel de volgende bepalingen ontleent, die niet in het charter voorkomen, is niet duidelijk; mogelijk waren er nog mondelinge afspraken gemaakt, of heeft Benninghe misschien een concept gezien, waarin deze bepalingen waren opgenomen, die bij de definitieve vaststelling van den tekst weer werden geschrapt.)

Item oock sullen se (abt en convent van Aduard) koopen en bestellen op elck graft eenen grooten blauwen steen 2). Voort soo sullen dat convent bekostigen en senden eenen preester toe Roemen, eene bedevaert voor der beider broeder ziellen toe doende, en sall in elck kercke van den soeven kercke lesen ofte laeten lesen vijff missen.

(Brouerius van Nidek, Analecta mcdii aevi blz. 321 vlg.)

4) Er staat Diverdes.

2) In de Provinciale Groninger Courant van 0 October 1877 deelde dj. G. Heeres mede, dat in het zuiderkruis der kerk van Zuidhorn nog een groote grafzerk lag met opschrift: „In den jare 1520 op Sint Bernardi dagh starf Frerick Gaikinga ende ligt alhyr begraven." Dit is dus de „grooten blauwen steen" van Benninghe. (Vriendelijke mededeeling van mr. J. A. Feith).

Sluiten