Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik moet thans nog even op het opgenomen lijstje der gemeente terugkomen. Wij zagen daar vrij wel allerwege stijging van belastingen, en nu zou het kunnen zijn, dat, althans in die gemeenten, de stijging der belasting per hoofd het gelukkig gevolg is geweest van een hooger belastbaar inkomen door welvaarts-vermeerdering ontstaan. Ik heb daarom aan enkele dier gemeenten gevraagd, waaraan die vermeerdering der belasting moest worden toegeschreven, aan meerdere welvaart of aan verzwaring van belastingpercentages, opcentenverhooging, enz.

Ik verkreeg — en voor de bereidwillige beantwoording mijner vraag betuig ik mijn erkentelijkheid — de volgende inlichtingen:

Amersfoort meldde: de verhooging der opbrengst van de belastingen werd voornamelijk verkregen door verhooging van het percentage der inkomstenbelasting van 2.85 op 3 % en door invoering van een straatgeld; ook de retributies werden uitgebreid ; maar eenige welvaartsvermeerdering viel ook te constateeren.

Utrecht: het verschil der belasting p. h. d. b. in 1898 en 1904 is hoofdzakelijk het gevTdg van de verhooging der tarieven voor de inkomstenbelasting in 1902 en 4903; het tarief der straatbelasting werd in 1903 verdubbeld; de opcenten der personeele belasting werden in 1902 verhoogd, evenzoo de retributies.

Den Bosch: in 1901 werd de inkomstenbelasting verhoogd van iy2 op 2 %.

Gorinchem deelde mij mede dat de stijging der belasting (van ƒ5.64 op f 5.92) niet werd verkregen door verzwaring van den belastingdruk, maar vermoedelijk door welvaartstoename.

Groningen berichtte: de stijging is bijna uitsluitend veroorzaakt door opvoering der opcenten personeele belasting, die in 1900 bedroegen 23. in 1001: 39. in 1902 : 40. in 1903 : 50; bovendien werd de inkomstenbelasting verzwaard in 1002, 1903 en 1904.

Acht karspelen: het getal opcenten personeele belasting

2

Sluiten