Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de heeren v. Dedem c. s. is voor de gemeenten in nood niet veel te verwachten en nog te minder omdat zij het ontwerp voor de belastinguitbreiding niet kunnen goedkeuren. Naar hunne meening krijgen de gemeenten daarmee te veel vrijheid met hare zakelijke heffingen, voornamelijk met hare grondbelasting.

Het is merkwaardig te vernemen dat hun angst daarvoor gelegen is in de omstandigheid dat men zich aan die zakelijke belastingen niet kan onttrekken door verhuizing uit de gemeente; immers de grond of het huis blijft, onverschillig waar de eigenaar woont. Als men nu weet dat juist een grief der gemeenten is, dat de belastingschuldige zich zoo gemakkelijk door verhuizing van de persoonlijke lasten kan ontdoen, dan is dat conflict nog al curieus. En zij zien in die onbeperkte vrijheid van belasting van het vaste goed voor sociaal-democratische gemeentebesturen verder een gelegenheid om dit productiemiddel aan den staat of de gemeenschap te brengen. Immers hooge belasting van het onroerend goed doet de waarde er van dalen; een zeer hooge belasting maakt dat de eigenaar geen prijs meer stelt op den eigendom.

Of hier overdrijving in het spel is of juist inzicht waag ik niet te beslissen.

Maar zeker ben ik het eens met de heeren waar zij er op wijzen, dat zakelijke belastingen binnen betrekkelijk enge grenzen zich moeten bewegen, omdat zij geen rekening houden met draagkracht. Of op een huis een zware hypotheek rust, of dat het een zuiver beleggingsobject is, de belasting is in beide gevallen dezelfde. Zoodoende zou een ongelimiteerde zakelijke belasting tot hardheden kunnen leiden.

Niet veel meer hebben de gemeenten in nood te wachten van de Heeren Treub en Kan. Zij willen op het zieke lichaam der noodgemeenten een gevaarlijke operatie toepassen. Zij ontnemen dien gemeenten de bestaande subsidie, en geven daarvoor in de plaats de rijkspersoneele belasting en zoo noodig de grondbelasting, gebouwd of

Sluiten