Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onnoodig meer gaan betalen daar waar de belastingen niettegenstaande de stijging nog laag zijn te achten, maar zij geven veel te weinig waar de meerdere lasten slechts verkregen konden worden door het brengen van zware otters.

Verder wordt in het voorstel geen rekening gehouden met de omstandigheid, dat verhooging van het belastingbedrag nog weinig zegt omtrent verergering van den toestand; we weten, dat de belasting kan stijgen, terwijl de druk — waarom het toch te doen is — gelijk blijft of daalt.

Amsterdam zou volgens het voorstel meer krijgen ongeveer 6 ton. Deze som is ook met de belastinguitbreiding te laag. Indien de toekomst verloopt als het verledene, is er, gelijk wij zagen, elk jaar noodig ruim ƒ170,000; in 3 jaar is de hulp dus verdwenen. En al zal nu de belastinguitbreiding — stel dat zij ongewijzigd wordt aangenomen, dat dus de forensen hooger zullen kunnen worden belast en de naamlooze vennootschappen niet te spoedig zullen verhuizen — maken dat misschien ook daardoor een gelijk bedrag in de schatkist komt, dan wordt de geheele bate zoodanig, dat over een zestal jaren de toestand weer is als nu. — En dat geldt dan Amsterdam, waar veel naamlooze vennootschappen hun zetel hebben en waar vele forensen hun brood verdienen! In andere gemeenten in nood zal vermoedelijk die belastinguitbreiding — ook betrekkelijk — veel minder opbrengen.

Al kan ik dus het voorstel niet bewonderen, er is één element in. dat oprechte hulde verdient, en dat is de bepaling omtrent de klimming der subsidie in de toekomst. Wanneer de belastingen per hoofd stijgen, zal ook de subsidielijn een opwaartsche richting vertoonen. Het zal na al het voorgaande wel niet verwonderen, dat ik dit element met onverdeelde instemming begroet. Uit is een nieuw beginsel dat aanvaard moet worden.

Sprenger van Eyk zorgde er voor, dat de uitkeering van het rijk per inwoner niet kon dalen; dit voorstel brengt de mogelijkheid van klimming.

Sluiten