Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de celholte bijna geheel vult. Deze laag ontbreekt bij het gele, buitenlandsche lijnzaad.

Verder tal van kleinere fragmenten van zaadhuid en kern, behalve uit de bovengenoemde elementen bestaande uit: dunwandig, kleurloos parenchym van endosperm en kiem, waarvan de cellen met aleuronkorrels gevuld zijn; vele losgeraakte, bruine, vierhoekig-schijfvormige inhoudsmassa's der pigmentlaag; ongeveer kogelronde aleuronkorrels van 10 — 20 ,64 middellijn, gewoonlijk met 1 kogelrond globoïde van 5 ft middellijn (in kruidnagelolie) en 1 of meer, soms onduidelijk zichtbare eiwitkristallen; ook aleuronkorrels van 1—2 p middellijn; oliedroppels in niet zeer groot aantal (in chloralhydraat); enkele groote, losse, ongeveer kogelronde zetmeelkorrels van gemiddeld 15 n middellijn; hier en daar kleinere korrels (4 y.) tusschen de aleuronkorrels in de parenchymcellen; des te minder zetmeel, naarmate het zaad bij den oogst rijper was; nooit mag het zetineelgehalte van eenige beteekenis zijn.

Reuk eigenaardig, niet rans of duf.

Lijnmeel moet met 10 deelen water een dunne, slijmachtige brij geven, die, ook indien zij een dag bewaard is, geen vreemden reuk, bepaaldelijk geen mosterdachtigen reuk, mag ontwikkelen; het door afschenken of uitpersen hiervan verkregen vocht mag, na filtratie, door ioodoplossing niet blauw worden.

Het watergehalte mag ten hoogste 13 pet., het aschgehalte ten hoogste 6 pet. bedragen.

Lijnmeel moet bewaard worden op een droge plaats en mag niet langer dan 1 jaar in voorraad gehouden worden.

Sluiten