Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ Semen Myristicae. Muskaatnoot.

Nux inoschata.

De zaad kernen, nog omgeven door de inwendige zaadhuid, van Myristica fragrans, Houtt. Handleid. III. 333.

Tot 3,5 cM. lang en 2,8 cM. dik; ovaal of eenigszins eirond. Navel aangeduid door een aan het dikkere einde eenigszins excentrisch gelegen, geringe, cirkelronde verhevenheid van 5 mM. middellijn; ongeveer in het midden daarvan een klein gaatje, het poortje. Vaatmerk aangeduid door een aan het tegenovergestelde uiteinde, eveneens een weinig excentrisch, maar naar de andere zijde gelegen, kleiner, rond indruksel, waarin een verheven puntje. Zaadnerf aangeduid door een breede en ondiepe gleuf, die navel en vaatmerk vereenigt. Oppervlak verder rondom met een net van overlangsloopende, als nerven vertakte, smalle, ondiepe gleuven; lichtbruin, de navel nog veel lichter, het vaatmerk donkerder gekleurd; alles door kalk wit bestoven. De inwendige zaadhuid, volkomen met de kern vergroeid, dun, op doorsnede zeer donkerbruin, zendt dikkere, kronkelende, onregelmatig vertakte, tot het midden toe doorloopende, stomp eindigende platen in het endosperm, dat daardoor gemarmerd is; deze platen zeer donkerbruin, eenigszins korrelig en op versche doorsnede door olie vochtig. Endosperm helder lichtbruin, met vettigen glans; in de door de platen gevormde vakken de binnenste ruimte telkens door een bijna witte lijn omschreven. De ineengeschrompelde overblijfselen van de kiem in een holte onder den navel.

Reuk aromatisch; smaak aromatisch, warm en eenigszins bitter.

Muskaatnoot, door insecten aangetast, mag niet gebruikt worden.

Sluiten