Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet hier tegenspraak met de ééne rij van gedachten bij Kohlbrügge, dat hij bijv. aantoont (Tabernakel bl. 115), hoe het met onzen wil om de geboden te houden op niets uitloopt, — en vergeet dat Kohlbrügge in dezelfde preek (bl. 126.) uitdrukkelijk afsnijdt het misverstand, als zou iemand kunnen zeggen: „Ik weet niets „meer van Gods Wet en gebod, en stoor mij daarom ook niet „meer daaraan. Veeleer kenschetst juist dit de uitverkorenen Gods, „dat zij de Wet houden in hun binnenste, dat zij lust hebben „in de Wet Gods naar den inwendigen mensch". Ook zegt Kohlbrügge in die preeken (bl. 129) dat het niet gaat bij de geloovigen „naar een vooraf opgemaakt plan". En dat het niet zoo gaat, geeft Van Lonkhuijzen zelf toe, als hij bl. 506 met Kohlbrügge erkent, dat de goede werken bij den geloovige geen kunst, geen berekening, geen optelsom zijn, maar natuur, leven, vanzelfsheid (bl. 506). Intusschen, telkens zien wij hoe hij de meer eenvoudige woorden van de Belijdenisschriften naar dien kant wil doen overbuigen. Waar bijv. de Dordtsche Artikelen zeggen (H.V. 2) zuchten naar het perk der volmaaktheid, daar maakt hij van: streven naar innerlijke volmaking, (bl. 503.) Overigens zegt Kohlbrügge uitdrukkelijk (Vllle Twaalftal, „Ik geloof in den Heiligen Geest", bl. 28): „Het is de Heilige Geest, „Die maakt, dat de Gemeente.... in Christo naarstigheid toebrengt „om alles bij de hand hebben, als daar is: geloof, deugd, kennis, „matigheid, enz." Dat is het „betrachten van Gods wil", waar de Belijdenisschriften van zeggen, dat het er moet wezen. (Dordtsche Artikelen, V. 12.)

Eindelijk, uit Vr. 8 (in de leer van de ellende!) maakt Dr. van Lonkhuijzen de gevolgtrekking, dat de mensch na wedergeboorte bekwaam is oin naar Gods Wetteleven. Al zouden wij de juistheid dezer gevolgtrekking toegeven, de vraag is, hoe wij dat bekwaam maken verstaan. De Geest heiligt de Gemeente Gods, „doordat Hij, door Zijne inwoning in haar, „haar bekwaam maakt tot de gehoorzaamheid des geloofs om „zich van Hem te laten besprengen met het bloed Christi, en „door deze Zijne toebereiding en besprenging maakt Hij verder „zulke lieden uit haar, die in alle geboden Gods wandelen, Zijne „wetten houden en daarnaar doen." (VlIJe Twaalftal, „Ik geloof in den Heiligen Geest", bl. 26) Naar aanleiding van die plaats van den Catechismus vraagt dan ook Kohlbrügge (Bevestigende Vragen en Antwoorden): „Maar als gij uit God geboren zijt, zijt gij dan tot het „goede bekwaam? Geenszins; onze bekwaamheid is uit God, maar „God de Heere maakt scheiding tusschen licht en duisternis,

Sluiten