Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij moeten hier vragen: Hebben wij eenvoudig maar na te schrijven wat de Hervormers en hunne opvolgers geleerd hebben, of is het niet mogelijk, dat sommige punten der Waarheid nog duidelijker kunnen worden,dan in die dagen? Dr. Kuyper heeft een werk geschreven over de „Qemeene gratie", waarin hij op alle mogelijke leerstukken van uit dat leerstuk een verrassend licht deed vallen; het is niet de vraag hier, of wij in dezen in alles met hem medegaan; wij constateeren slechts.

De Hervormers hebben Gods Waarheid, het Evangelie der genade, op grond van de Schrift, weder te voorschijn gehaald.

Die Waarheid is eeuwig; op de lijnen, die toen getrokken zijn, zullen wij moeten blijven doorgaan. Maar terwijl zij dat deden, zijn zij menschen geweest, en te verwonderen is het niet, dat zij niet altijd op de volle hoogte waren van het Evangelie der genade. De oude zuurdeesem werkte hier en daar nog eenigszins; duidelijk is dat met het oog op den anders zoo uitnemenden en veelal te weinig gewaardeerden Zwingli aangetoond door Dr. Oorthuis (de Anthropologie van Zwingli) en wel juist op een punt, dat met hetgeen wij behandelden, in nauw verband staat. Niet, dat zij de Waarheid in dezen niet voelden, maar niet altijd was het hun volkomen helder.

Tegenover zulken, die meenden, dat de Kerk vroeger een tamelijk volmaakten toestand gehad had en dien wel weer zou kunnen krijgen, moest Kohlbrügge in zijn brief aan Van Heumen van 1 Dec. 1839 (Van Lonkhnijzen Bijl. B bl. 22) scherp het licht doen vallen op de schaduwzijden, die er zelfs in de beste tijden aanwezig waren, opdat men hier op aarde geene groote dingen zou verwachten. En wanneer men zich met zijn Pythagoreesch stelsel van langzaam dooden van den ouden mensch op sommige plaatsen der Hervormers zou willen beroepen, zoo moest Kohlbrügge daartegenover sterk blijven staan op Rom. 6. Hebben wij eenmaal daar gezien, dat onze oude mensch gekruisigd is, dan mogen wij ons daarvan niet laten afbrengen, ook al zou iemand kunnen aantoonen, dat de Hervormers soms anders geleerd hebben. Zóó verklaren wij ook de sterke uitdrukkingen in den brief aan Drost.

Intusschen was Kohlbrügge bewust juist de lijn door te trekken, die de Hervormers getrokken hadden. Wat zij op het punt der rechtvaardigmaking en verkiezing gedaan hadden, en ook in de heiligmaking reeds begonnen waren, zette hij op dat punt door. Het is de strijd tegen het Pelagianisme, tegen de eigengerechtigheid, die uit de laatste schuilhoeken moest verdreven

Sluiten