Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wal zij niet kennen, of van mijnen naam een valsch gebruik te „maken."

Wij meenen dan ook te hebben aangetoond, dat Kohlbrügge niet buiten de lijn onzer Belijdenisschriften gegaan is, wanneer men hem slechts juist verstaat en niet enkele gezegden op zichzelf plaatst, buiten het verband scheurt en van het licht berooft, dat andere plaatsen er op doen vallen. Nog meer moeten wij zeggen: Juist datgene, wat in de Hervormers en de Belijdenisschriften leeft en ademt, dat leeft en ademt ook bij Kohlbrügge: de heilige eerbied voor Gods Wet, het roemen in Gods vrije genade in Christus Jezus.

Het heerlijke, troostrijke dier Waarheid wordt door Van Lonkhuijzen miskend en verzwakt. Een valsch licht wordt er op geworpen. Dat konden wij niet dulden. Wij moesten er tegen opkomen, opdat men weder met vertrouwen naar die prediking zou grijpen en daardoor geleid zou worden naar de fonteinen des Heils, de genade zou leeren verstaan zooals zij genade is, de Wet handhaaft, en ons leidt in eenen wandel als kinderen, niet als dienstknechten, opdat vertroost zou worden degene, die bij zichzelven niets vinden kan en daarom hard is aangevochten.

Voorts onderzoeke de lezer zelf de geschriften van Kohlbrügge en vooral de Schrift zelve.

Indien wij mochten slagen, door dit schrijven vooroordeelen weg te nemen, en op te wekken tot eigen onderzoek, op sommige punten der Waarheid voor dezen of genen beter licht te doen vallen, en hem dieper in te leiden in de heerlijkheid van Gods Woord, — zoo zij daarvoor Gode de eer. Juist opdat ook het werk van Dr. van Lonkhuijzen, met de vele studie daaraan besteed, beter daartoe zou strekken, opdat het vele goede en schoone dat hij aanhaalt in het juiste licht zou komen te staan, moest ik de pen opnemen. Het deed mij leed te moeten strijden; moge uit den strijd zegen voortkomen voor Gods Kerk.

Sluiten