Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heb ik de zalving niet, houdt gij mij daarvoor, zoo word „consequent, en werp alle geheugenis aan mij in de diepste „diepte der vergetelheid, en laat mij dan nog toe, dat ik desnoods „voor u door vuur en water ga; want hoe zoude ik kunnen „vergeten, wat gij voor mijne broeders deedt. Maar heb „ik de zalving, verdraag dan, en neem aan mijne betuigingen „en vermaningen in den Heiligen Geest, opdat gij niet bevonden „wordt, te zondigen tegen den Heiligen Geest, Die 11a lange „lankmoedigheid een verterend vuur is allen ongehoorzamen, „allen die de ongerechtigheid liefhebben en de leugen doen.'' Omdat Kohlbrügge liefhad, Da Costa zeiven en nog meer zijne vrienden, die door Da Costa waren gehavend, en 't allermeest zijn God, Wiens Woord hij verkondigde, Wiens recht en eer hij wenschte te handhaven, daarom was hij zoo scherp in den brief aan Da Costa. Omdat hij liefhad, was hij zoo scherp tegen de broeders De Clercq, toen hij hen, na alles wat hij hun betuigd had, toch weder in zake de inenting verstrikt zag in het werkverbond; en daarom is hij bij dezelfde wijze van beschouwen zooveel kalmer in dien brief over de inenting aan een ander persoon, die blijkbaar verder van hem afstaat, hem nog niet zoo lang bekendis. Maar wie gaat bezadigd en kalmpjes betoogen, als hij zijn boezemvriend, nu tot herhaalde malen, gekneld ziet in banden des doods!

Van Lonkhuijzen erkent dan ook op (bl. 235), hoewel op eene wijze, dat hij toch het eigenlijk medevoelen met Kohlbrügge toont te missen: „Hoe hard Kohlbrügge in zijn woord zijn kon, „hij houdt niet op met De Clercq te verzekeren, dat het alles „uit een liefderijk hart bij hem voortkomt. En dat dit in oprechtheid „gemeend was, behoeft niet te worden betwijfeld". Maar nu komt hij weder met het verwijt van mysticisme (bl. 236). „Eene der „hoofdoorzaken van deze verwijdering is, dat Kohlbrügge op „mysticistische wijze, zich op „zijne zalving" liet voorstaan, des„wege onderwerping aan zijn waarheid, aan zijn preeken vorderde, in zijn subjectivisme vergat hij, dat zijn „zalving" voor „de objectieve wereld geen argument was. Tot een bedaard „overleg en overtuigen met argumenten omtrent zijn waarheid „kwam het dan ook niet." Hoe weet Van Lonkhuijzen, dat zulks niet juist vooraf was gegaan, jaren lang? Kohlbrügge's preek en geschriften over Rom. 7 waren verschenen. Menigmaal was er gelegenheid geweest, daarover te spreken. Boven in den tekst hebben wij duidelijk aangetoond, dat Kohlbrügge geene onderwerping wilde, omdat hij het zeide (bl. 8). Door consequente

Sluiten