Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de ridderlijke vroomheid van den H. Lodewijk en de zielegrootheid veler christenhelden bij den rampspoedigen uitslag der onderneming; — de volle heerlijkheid der kunst in wonderen als de keulsche Dom en la Sainte-Chapelle, in de kathedralen van Beauvais, Chartres, Reims, Amiens, York, Westminster, Burgos, Toledo, in vlaamsche hallen en allerlei schoonheidsuitingen van gemeenschapsleven; — zin en geestdrift voor het oude lied aan Rijn, Moezel, Rhöne en Taag, en een nieuwe cyclus van zangen; de bloei der gewijde muziek, de geestdrift voor wetenschap te Parijs, te Bologna en aan zooveel nieuwopkomende universiteiten; honderden martelaren; de nog altijd frissche levenskracht der jonge kloosterorden; de kerkvergadering van L> °n. ziedaar teekenen van innerlijke, hoogstrevende kracht. Niemand beschouwe ons als een blind toejuicher van het middeleeuwsche; wij kennen ook het geweldige, de vaak tot woestheid overslaande hartstochtelijkheid en de maatschappelijke oneffenheden dier tijden; wij wenschen het harde strafrecht niet terug en verheugen ons, dat tal van oude instellingen nooit zullen herleven; wij roepen het luide: menschelijke zwakheid, ellende en zonde werden overvloedig openbaar. Doch de wereld was niet opgezweept, verlaagd of mat. Het bekende „somber" past geenszins bij dit tijdvak onzer beschaving. De troubadour gaat langs het bergpad op en de slotzaal weerklinkt van het machtige spel, dat moed, liefde, deugd op welluidende snaren verheerlijkt; jonkvrouwen en ridders rijden uit naar tournooi en ter jacht en de schrandere poorter geniet onafhankelijk de vrucht van zijnen fleren arbeid; de bloeiende ambachten, nauwer vereenigd met godsdienst en kunst, zijn een bron van tevredenheid en rustig zelfgevoel, het handwerk, hoewel winst niet versmadend, is rijk aan poëzie en liefde. Alle geestelijke krachten, waaruit vrijheid en billijker verdeeling van stoffelijke welvaart en hoogere levensvreugde zich geleidelijk ontwikkelen, werken dieper door in de wereld der zwakkeren en kleinen. Terwijl priesters en kloosterlingen de evangelische waarheid verbreiden, ook in groote ontberingen en voor den prijs van hun bloed, werkt het christelijk bewustzijn door in stille kunstenaarszielen en wekt leven uit marmer en metaal. Hoe herhalen boven den ingang der heiligdommen samenstemmende beelden het gewijde epos van Gods gerechtigheid en erbarming over de menschheid! Met heiligen en maagden op gouden grond streeft de schilderkunst naar

Sluiten