Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gouden liefdekroon van den armen Fraftciscus straalden SintAntonius van Padua en de hongaarsche koningsdochter SintElisabeth, door den glans hunner deugden. In Italië volgde Petrus van Verona, in Spanje Raymundus van Pennafort, in het Noorden Hyacinthus uit het gravenhuis van Oldrovan, aan den Rijn en den Donau meester Albertus het apostolisch voetspoor van hun heiligen patriarch Dominicus. Alleredelste gaven van hart en geest rijpten in de stille kloostereenzaamheid. Hier ontwikkelde zich eene vredelievende beweging, die niet guelfsch, niet ghibellijnsch, maar uitsluitend godsdienstig was en katholiek. Honderden, die het leven ernstig opnamen, die gekweld werden door den edelen dorst naar het eeuwige, die hun kracht en hunne talenten wenschten te wijden aan den bloei van den godsdienst en het geluk hunner medeburgers vonden hier, wat zij elders vruchteloos zochten. Oude abdijen, na de groote volksverhuizingen als een lichtbaak tusschen de woeste Hunnen en Gothen verrezen, « en sedert eeuwen kweekscholen van beschaving voor Franken en Germanen, wierpen nog in de XlIIde eeuw een stralenglans, waarbij men aan geen avondschemering kon denken (1). Naast de abdijen der oude stichtingen verrezen de kloosters der jongere orden en onderscheidden zich door nieuwe deelneming aan het godsdienstig en wetenschappelijk leven der eeuw. Edelen en poorters, mannen en vrouwen uit alle standen, duizenden voor de nieuwe levenswijze in geestdrift ontvlamd, vroegen het kleed van den serafijnschen Franciscus en, om tot onze levensgeschiedenis weder te keeren, van den H. Dominicus (2).

Bij zijn sterven, den 5den Augustus 1221, liet de H. Dominicus acht provinciën zijner orde met veertig kloosters na. Vier jaren vroeger de verbreiding zijner instelling met zestien trouwe volgelingen begonnen, zag hij vóór zijn heiligen dood Spanje, Provence, Frankrijk, Lombardije, Rome, Hongarije, Duitschland en Engeland, door den apostolischen ijver zijner zonen tot nieuw godsdienstig leven gewekt. Zijn geest, zoo zacht en energiek, zoo stout en behoedzaam, zoo ruim en open in de wereld ziende, zoo liefderijk en vervuld van de kracht Gods, leefde voort in mannen, die hij met heilige geestdrift voor zijn werk had bezield.

(1) Vgl. Hurter, Innoc. III, B. III, S. 427—616.

(2) Danzas, Etudes sur les temps primitifs de 1'ordre de Saint-Dominique, 1.1; Mortier, Hist. des Maitres généraux de 1'ordre des Frères Prêcheurs (1903), 1.1.

Sluiten