Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Saksen. Naast hen blonken Guala, Bartholomeus van Braganza, Ceslaus, broeder van den noordschen apostel Hyacinthus, Petrus Gonzalez, Ambrosius van Sienna, Reginaldus en tal van andere dienaren Gods door heldhaftige deugden en verwierven zelfs de eer der altaren. Hebt de liefde, bewaart den ootmoed, houdt u aan de vrijwillige armoede, zoo luidt de dierbare erfmaking van den H. Dominicus (1). Trouwe naleving dezer wilsbeschikking uit liefde tot God, schonk aan dit tijdvak der dominikaner geschiedenis eene benijdenswaardige schoonheid: „de Geest des levens voer door het raderwerk", schreef Gerard de Frachet ten jare 1260(2).

De studie was een tweede plicht. — Gebed, versterving, een nederig en arm leven, nachtwaken en gewijde koorzang, zelfverloochening, gehoorzaamheid en onderlinge liefde waren geen genoegzame voorbereiding om als man met moed en kracht tegen de dwalende en booze wereld in te gaan: daartoe werd studie gevraagd en veel studie, beoefend in verband met de toestanden der eeuw. Katholieken, ketters, Mohammedanen, allen streden met het wapen eener ware of gewaande geleerdheid ; de scholen en universiteiten stonden in aanzien; er was een overgroote geestdrift voor wetenschap; dus betaamde het, dat de lippen des priesters meer dan ooit de wijsheid bewaarden. Ook was in de dominikaner kloosters der XlIIde eeuw niemand van de studie ontslagen; de oudste kloosterlingen, de prioren zelfs kwamen met de jongelingschap ter les. Men kwam uit plichtgevoel, met verlangen naar kennis der waarheid, vaak met geestdrift. Het toetreden van vermaarde universiteitsprofessoren tot de orde gaf aan deze wetenschappelijke beweging een snelle vaart. In de prediking van den H. Dominicus, den gelukzaligen Reginaldus en Jordanus van Saksen legde God eene geheime kracht, die het sterkst groote geesten trof. Zoo wonnen de Predikheeren Paulus den Hongaar, Moneta, Clarus, Roland van Cremona, Koenraad den Duitscher, Raymund van Pennafort,

(i) Caritatem habete, humilitatem servate, paupertatem volontariam possidete Thcod. de Apolda, Acta, c. XX.

12) Spiritus vitae erat in rotis, cujus virtute animaïia ibant, et revertebantur movebantur et elevabantur secundum voluntatem spiritus dirigentis. Ger. de Frachet, Vitae Fratrum, p. IV, p. 118. — Creverunt tune filii Dei, et quasi germinantes multiplicati sunt, et roborati nimis impleverunt terram. Theod. de Apolda. Acta, c. XXII.

Sluiten